Conditie van keramiek bepalen en opvolgen

Cor Dam, Gevelobject Gekleurd Keramiek. 1974, Berkhouterweg 7, Hoorn. Dqfn13 via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Determinatie van schade aan keramiek

Bij determinatie van schade is het belangrijk om de vijf schadegroepen in het achterhoofd te houden. Zo voorkomt u dat u een schadefactor (oorzaak van schade) over het hoofd ziet. Ga na met welke schade u te maken heeft, zodat u verdere schade tot het uiterst minimum kan beperken.

  • Productieschade: schade veroorzaakt door/of eigen aan het productieproces.
  • Gebruiksschade: schade veroorzaakt door gebruik van het object.
  • Restauratieschade: schade veroorzaakt door een restauratiebehandeling of -materialen.
  • Bewaarschade: schade veroorzaakt door slechte bewaring (Zie ook: De 10 schadefactoren)
  • Bodemschade: schade veroorzaakt door de aanwezigheid in de bodem (Zie ook: archeologische keramiek). 

Productieschade

Gebruiksschade

  • vlekken door voedselresten, denk aan botervlootjes, theeresten in theepotten ...;
  • zoutvorming bij urinoirs of pispotten;
  • krassen;
  • afslijten van een decoratielaag, bv. vergulding;
  • roetvlekken aan kookpotten of haardstenen (open vuur);
  • nicotine;
  • lijmvlekken van oude labels (bv. stickers, etiketten ...);
  • ...

Schade afkomstig van oude restauratiemethoden

  • verkeerde lijm- of vulmaterialen, wat spanningen geeft aan het object (bv. te sterke lijm);
  • zoutvorming door behandeling met zuren, basen of bleekmiddelen;
  • lijmvlekken op de scherf door onzorgvuldige verlijming;
  • mechanische verbindingstechnieken met corrosievorming en verwijderen origineel materiaal, bv. pennen, krammen enz.;
  • verouderen van lijm;
  • verkleuringen van aanvullingen of verlijmingen;
  • plakband;
  • verkleuring door een gipsaanvulling;
  • verkleuring van retouches;
  • ...

Schade door slechte bewaring in depot

  • naaldvormige zouten (bv. uitwaseming van azijnzuur door houten opbergkasten);
  • wit poederige zouten (schommelingen relatieve luchtvochtigheid);
  • aerosolen;
  • stof;
  • schimmelaantasting;
  • corrosievlekken door metallische elementen aan het object;
  • vorstschade;
  • mosvorming;
  • ...

Zie ook: Keramiek bewaren in depot.

Schade door bodemomgeving (bodemvondsten)

  • afschilfering door wortels van planten;
  • uitloging;
  • kalkafzetting;
  • ...

Schadebeelden herkennen: de Schadeatlas keramiek

Om u te helpen de diverse schadebeelden te herkennen, stelde FARO een Schadeatlas keramiek samen. Hierin vindt u afbeeldingen en beschrijvingen van schadebeelden. De atlas geeft ook aan wat de mogelijke oorzaken zijn van de schade en welke acties nodig zijn. 

De schadeatlas is in de eerste plaats een ondersteunend instrument dat helpt bij de conditiebepaling van een object of collectie. Hij helpt u schadebeelden te herkennen, uniform te beschrijven en verwarrende communicatie te vermijden. 

De schadeatlas bepaalt niet in welke toestand een object zich bevindt maar geeft enkel een indicatie over de schadesoort waarmee u te maken heeft. Binnen uw organisatie bepaalt u zelf welke conditie u aan een bepaald object toeschrijft en welke prioriteit u toekent aan het verbeteren of stabiliseren van de toestand.

FARO koos ervoor om schadeatlas in te delen volgens de zichtbare kenmerken van de schade. U gaat dus puur af op wat u 'ziet' zonder al op voorhand conclusies te moeten trekken. Klik op het hoofdstuk dat u wilt bekijken:

Conditiecontrole

Waarom een conditiecontrole uitvoeren?

Een conditiecontrole:

  • is noodzakelijk om uw collectie goed te kunnen beheren. Zonder een evaluatie van de bewaartoestand kunt u niet weten of u de collectie wel op een correcte manier bewaart en gebruikt. Op basis van dit inzicht kunt u het huidige behoud, beheer en gebruik gericht bijsturen en verbeteren.
  • helpt u om op een objectieve manier aan uw bestuur duidelijk te maken wat de noden voor (preventieve en actieve) conservatie en restauratie van het depot/museum zijn. De ernst van de schadebeelden en de voorgestelde acties zetten u op weg om prioriteiten te stellen, een planning op te maken en uiteindelijk de kosten te begroten.
  • helpt u bij het waarderen van een collectie (zie ook: Hoe beschrijft u de waarde van erfgoed?)

De conditie bepalen op diverse niveaus

De conditie van uw collectie kan op verschillende niveaus bepaald worden. Bekijk in dit verband zeker de SPECTRUM-standaard voor conditiecontrole en technisch onderzoek  (versie 5.0).

  • Conditiecontrole is de controle van de fysieke toestand of de conditie van een object of een groep objecten, doorgaans via observatie, vastgelegd in een conditierapport of in het collectie-informatiesysteem. Vaak leidt een conditiecontrole tot aanbevelingen voor gebruik, behandeling en omgeving. 
  • Conditie-inspectie is een opeenvolgende reeks van conditiecontroles waarmee kan worden vastgesteld of de conditie van een object verbetert of verslechtert.
  • Conditiedoorlichting is de conditiecontrole van een groot aantal objecten (op deelcollectie- of op collectieniveau), meestal via een steekproef.
  • Materiaaltechnisch onderzoek is een grondig (natuur)wetenschappelijk en fotografisch onderzoek van de fysieke elementen van het object. De resultaten worden genoteerd in een gedetailleerd rapport over de samenstelling van het object en zijn conditie. Dit onderzoek leidt vaak tot aanbevelingen voor gebruik, conservering en omgeving.

Hoe een conditiecontrole uitvoeren?

Omdat de persoon die zich bezig houdt met de registratie en conditierapportage van objecten kan variëren van conservator, curator, depotbeheerder tot registrator, zal gesproken worden van de ‘collectieverantwoordelijke’. 

Bij de voorbereiding van een conditiecontrole is het belangrijk dat meerdere collectieverantwoordelijken met elkaar samenwerken. Allereerst wordt de omvang en het doel van de conditiecontrole bepaald. Daarna wordt een systeem van registratie en beschrijving afgesproken en worden de categorieën die de bewaartoestand inhoudelijk bepalen vastgelegd. Daarna kan iemand die over de nodige kennis beschikt de objecten evalueren en na analyse duidelijk gestaafde en onderbouwde conclusies presenteren. Hierbij kunt u de schadeatlas als hulpmiddel inschakelen.

Meer informatie over het uitvoeren van een conditiecontrole vindt u in het hoofdstuk 'Conditie- of toestandscontrole' op deze Erfgoedwijzer. Voor wie zich nog meer wil verdiepen in het opstellen van een conditierapport raden we volgende publicatie aan, beschikbaar in de FARO-bibliotheek: D.R. Van Horn, H. Culligan, C. Midgett, Basic condition reporting: a handbook, Rowman&Littlefield, 2015. 

De onderdelen van een keramisch object

Om te kunnen lokaliseren waar de schade zich precies bevindt, is het belangrijk om de verschillende onderdelen van het keramisch object te kennen. We sommen de onderdelen van een kruik, theepot en bord voor u op.

Kruik

Onderdelen van een kruik
  • Buik: het deel vanaf de schouder tot de voet.
  • Schouder: het uitstekende deel net onder de nek uitlopend naar de buik toe.
  • Nek of hals: het smalle gedeelte net boven de schouders tot de lip.
  • Lip: het bovenste gedeelte tot de rand van de mond.
  • Rand: het uiterste gedeelte bovenaan aan de mond.
  • (Giet)mond: opening van de kruik.
  • Wand: de wand waaruit het holle object is opgebouwd. Kan verschillen in dikte.
  • Voet of standring: het deel waarop de keramische vorm rust.
  • Bodem: de onderkant van de voet.

Theepot/kan

Onderdelen van een theepot

De onderdelen zijn dezelfde als bij de kruik. Enkel de nieuwe onderdelen worden hier benoemd:

  • (Giet)tuit: het deel, vertrekkend vanuit de buik, waaruit de thee of een andere drank wordt geschonken.
  • Deksel: afsluiting bovenaan de theepot. Kan van de pot verwijderd worden.
  • Knop: het deel waaraan u het deksel vastneemt.
Onderdelen van een theepot: detail
  • Flens: uitstekend deel aan het deksel, maar ook aan de pot zelf, om het deksel op zijn plaats te houden.
  • Galerij: het uitstekende deel waarop het deksel rust.
  • Handvat, oor: het deel waar u het object vastneemt om te gieten.
  • Theefilter: bevindt zich aan de binnenzijde van de tuit ter hoogte van de buik. Dient om thee te filteren.

Bord

Onderdelen van een bord
  • Spiegel of plat: het diepste centrale deel, waar voedsel wordt geplaatst.
  • Schouder: het gedeelte tussen spiegel en vlag.
  • Vlag: het deel dat naar boven helt tussen de spiegel en de lip.
  • Lip: het platte verhoogde buitenste deel van het bord (soms ten onrechte de rand genoemd). De breedte in verhouding tot de spiegel of het plat kan sterk variëren. De lip heeft meestal een lichte opwaartse helling of loopt parallel aan de basis, zoals typisch is voor grotere gerechten en traditionele Chinese vormen. Niet alle borden hebben een duidelijke lip.
  • Rand: de buitenrand van het stuk, vaak versierd, bv. met vergulding.
  • Bodem: de onderkant aan de achterzijde van het bord.
  • Voet, standring: het deel waarop de keramische vorm rust (niet zichtbaar op deze tekening, zie kruik). Indien er geen standring is, spreekt men van een standvlak.
    Adviseur behoud en beheer
    T
    02 213 10 86