Welke methodieken kunt u inzetten?

Object handling in psychiatrisch centrum KARUS in Melle © Bart De Nil

U staat te popelen om uw erfgoedcollecties in te zetten om het welzijn en de gezondheid van mensen te verbeteren. Maar welke methodieken kunt u daarvoor gebruiken? Een overzicht.

Object handling

Het idee dat objecten een therapeutische waarde hebben is niet nieuw. Dankzij meer onderzoek wordt de laatste jaren ook effectief aangetoond dat objecten wel degelijk de kracht bezitten om impact te hebben op de wijze waarop mensen denken over zichzelf en de wereld rondom hen. 

Het gaat dan niet alleen over de cultuurhistorische, esthetische of emotionele waarde die aan objecten wordt gehecht maar ook over de tactiele kwaliteiten ervan. Objecten aanraken, connecteren met andere mensen door middel van objecten of gewoon ‘bezig zijn’ met objecten leidt tot schitterende resultaten:

  • mensen gaan zich beter voelen,
  • het stimuleert zintuigen en gevoelens,
  • zorgt ervoor dat geest en lichaam met elkaar in verbinding komen,
  • het werkt als een trigger om op een andere manier te gaan denken,
  • het geeft mensen zin om te blijven leren.

Zeker wanneer het gaat om een aanbod voor personen met dementie gaan steeds meer stemmen op om vooral te focussen op nieuwe vormen van leren. Daarbij wordt in de eerste plaats gedacht aan interventies met erfgoed waardoor mensen een gevoel van veiligheid, rust en welbehagen ervaren. Deze sessies met erfgoedobjecten triggeren de nieuwsgierigheid van de deelnemers. Daardoor wordt niet zozeer gefocust op het geheugen maar wel op het opwekken van emoties en gevoelens.  

Deze techniek wordt ook participant-led discovery genoemd: de begeleider stelt open vragen die de deelnemers helpen om het object te ontdekken. Hierbij is de interactie met deelnemers zeer belangrijk. Het geeft hen het gevoel dat ze een bijdrage leveren aan het begrijpen van de objecten.

Een voorbeeld van een object-handlingsessie kunt u bekijken in dit filmpje.

Meer details over object handling leest u in de FARO publicatie Meer dan erfgoed. Erfgoedcollecties, gezondheid en welzijnFARO ontwikkelde ook een training over object handling. Voor actuele informatie: zie de FARO-vormingskalender.

Object storytelling

Verhalen vertellen is belangrijk voor mensen die problemen hebben met hun geestelijke gezondheid. Elk verhaal is immers een reis die mensen de kracht geeft om zich open te stellen en zich te bevrijden van negatieve gedachten. Samen verhalen vertellen en delen helpt mensen bovendien om zich bewust te worden van geestelijke gezondheid.

In het piloottraject Op verhaal komen met kloosterspullen werd gebruikgemaakt van object storytelling. Vijf dinsdagnamiddagen op rij kwamen cliënten van enkele psychiatrische instellingen naar het Erfgoedhuis Zusters van Liefde in Gent. Geïnspireerd door objecten uit de collectie, maakten ze verhalen die ze tijdens een verhalenmuseum presenteerden aan het publiek. Enkele ervaringen:

  • Hoewel de deelnemers toewerkten naar een publiek toonmoment was het parcours dat ze tijdens die vijf weken aflegden veel belangrijker.
  • De kloosterobjecten fungeerden als een katalysator en zorgden ervoor dat mensen vertelden over hun persoonlijke ervaringen.
  • De objecten die de deelnemers in de depots uitkozen waren zeer uiteenlopend: een opgezette kogelvis, een hindoebeeldje, een Afrikaanse dolk, een metronoom, medische instrumenten en oude munten. De verhalen en de wijze waarop ze werden gebracht waren al even divers als de objecten. Sommige deelnemers gaven als volleerde museumgidsen meer informatie over de objecten terwijl anderen de objecten gebruikten om een creatief persoonlijk verhaal te vertellen.

Meer details over het project Op verhaal komen met kloosterspullen leest u in de FARO-publicatie Cultureel erfgoed voor welzijn. Naar een raamwerk voor interventies met cultureel erfgoed voor welzijn en gezondheidFARO ontwikkelde ook een training over object storytelling. Voor actuele informatie: zie de FARO-vormingskalender.

Maken (trage ambachten)

Heel wat onderzoek toont aan dat het welzijn van mensen kan worden verbeterd door ze onder te dompelen in uitdagende activiteiten. Het gaat dan niet zozeer om wat je doet, maar wel om waar en met wie je dat doet. Vooral het aanleren van traditionele vaardigheden heeft een bijzondere aantrekkingskracht.

Daarnaast kan het ook een manier zijn om mensen te bereiken die zich minder goed kunnen uiten in traditionele groepsactiviteiten met cultureel erfgoed, waarbij communicatie belangrijk is. Zo zien we bijvoorbeeld dat mannen, de vele uitzonderingen niet te na gelaten, minder deelnemen aan traditionele erfgoedactiviteiten. Om hierop een antwoord te bieden, werd in Groot-Brittannië het model van de Men Sheds ontwikkeld. In de informele setting van een shed of werkhuis kunnen mannen er deelnemen aan praktische groepsactiviteiten zoals houtbewerking of tuinieren, en zo vaardigheden leren en contacten leggen.

Maken als methode geeft rust en zet mensen aan tot denken. Onze mosterd hiervoor halen we uit het werk dat Claire Wellesley-Smith, een kunstenares en onderzoekster uit West Yorkshire, doet met gemeenschappen in het noorden van Engeland. In haar publicaties vindt u heel wat inzichten over de relatie tussen maken en denken, verklaren, begrijpen en kijken met handen.

De piloottrajecten Denken door maken en Kuregemse Kleuren verbinden het maken met traditionele ambachten met cultureel erfgoed en het vertellen van verhalen.

Groene zorg

Tuinieren beleeft een revival, en niet alleen bij hipsters of jong gepensioneerden. Ook de zorg en het welzijnswerk pikken maar wat graag in op de trend. Op sociaal.net vindt u een zeer leesbaar artikel dat alle voordelen van tuintherapie op het welbevinden opsomt. En die gaan verder dan de zogenaamde ‘groene zorg’, waarbij de natuur wordt ingezet als middel om de gezondheid en het welzijn van kwetsbare mensen te verhogen. Want net omdat bij tuintherapie de sociale interactie centraal staat, is de activiteit ook uitermate geschikt voor het aanpakken van eenzaamheid en het verbeteren van de sociale cohesie.

Het is een misvatting dat alleen musea in een groene landelijke omgeving zouden kunnen inspelen op de toegenomen aandacht voor en het potentieel van tuintherapie. Stedelijke musea zijn voor hun publiekswerking inderdaad vaker aangewezen op binnenruimtes, maar toch zijn er heel wat die in hun buurt beschikken over openbare groene ruimtes of een eigen tuin, park of (groen)dak. Deze plekken hebben een enorm potentieel voor het ontwikkelen van een aanbod dat erop gericht is om hedendaagse gezondheidsproblemen aan te pakken zoals stress, burn-out, depressie of obesitas.

In het piloottraject Een brug naar Rechteroever mikt het derde traject Geweven verhalen duidelijk op de lange termijn met de aanleg van een gemeenschappelijke tuin met verfplanten. De verfplanten vormen de grondstof voor workshops waarin buurtbewoners creatieve ambachtelijke technieken kunnen leren, zoals verfstoffen maken en draad en textiel verven. Met dat geverfd textiel wordt vervolgens creatief aan de slag gegaan. De inspiratie voor deze activiteiten is afkomstig uit het zeer rijke textielverleden van Aalst - tegelijkertijd het 'DNA' van Aalst Rechteroever.