Hoe verwelkomt u gezinnen met heel jonge kinderen?

Buggytour-activiteit in MSK Gent, 2018. Foto: © Caroline Boudry – VBJK in Museum voor Schone Kunsten Gent

Waarom zou u zich richten naar gezinnen met de allerjongste kinderen? In welke mate kunnen baby’s en peuters genieten van een museum- of tentoonstellingsbezoek? Heeft dat wel zin? Uiteraard luidt het antwoord dat het méér dan zinvol is om zelfs de allerjongste bezoekers te verwelkomen in uw huis. Enkele goede redenen:

  • U geeft ouders de kans om samen met hun nog jonge kinderen van bij het prille begin cultuur te beleven: de aanzet tot een mooie gewoonte.
  • U creëert een rijke omgeving waar baby’s en peuters samen met volwassenen in alle vertrouwen kunnen voelen, denken, exploreren …
  • U leert als organisatie dat we vele (zintuiglijke) ‘talen’ rijk zijn, en dat we in onze publiekswerking veel meer kunnen doen dan louter de cognitieve vermogens van (ook volwassen) bezoekers aan te spreken.

Nog veel meer goede redenen vindt u in:

  • de visietekst over cultuureducatie en -participatie van 0- tot 4-jarigen, uitgegeven door het Departement Cultuur, Jeugd en Media en het Agentschap Opgroeien;
  • Jong geleerd, jong gedaan!, het onderzoek van HIVA KU Leuven en Cudos over cultuureducatie en -participatie bij de allerkleinsten van 0 tot 6 jaar. Deze samenvatting van het onderzoeksrapport is bijzonder to the point.
  • Kunstmusea: ook voor de allerkleinsten. In deze publicatie die FARO voor u vertaalde uit het Frans vindt u handvatten die uw visie over de rol van musea voor de allerjongsten ongetwijfeld aanscherpen.

Wie zijn ‘de allerjongsten’?

Met deze term bedoelen we baby’s en peuters, tot ze de leeftijd van 2 ½ jaar hebben bereikt. Deze kinderen zijn nog onlosmakelijk verbonden met hun ouders of de volwassenen die hen begeleiden of opvangen.  

Maar ze komen toch al mee?

De kans is groot dat nu reeds veel gezinnen met baby’s en peuters uw museum of tentoonstelling bezoeken. De kinderen zijn gewoon onderdeel van het gezelschap en zijn eerder ‘passief’ aanwezig: ze komen gewoon mee met hun ouders, blijven zitten in de draagzak of buggy, of lopen mee aan de arm. We zien de allerjongsten op die manier over het hoofd, en behandelen ze allerminst als volwaardige bezoekers.

U kunt er daarentegen voor kiezen om in de programmatie wél rekening te houden met deze jonge bezoekers, en een écht aanbod te maken voor gezinnen met de allerjongsten. U zal er vast de aandacht mee weten te trekken van ouders met jonge kinderen die vaak erg op zoek zijn naar activiteiten die ze in deze fase van hun leven toch kunnen ondernemen. Zo’n aanbod kunt u af en toe aanbieden, bijvoorbeeld tijdens bepaalde vakanties of bepaalde weekends, of structureel verankeren in uw programmatie. Het Whitworth Museum in Manchester bijvoorbeeld verwelkomt iedere maandag ouders met baby’s.

Een specifiek aanbod creëren

In het kader van het evenement Krokuskriebels (een organisatie van Gezinsbond, i.s.m. FARO en deelnemende musea in Vlaanderen en Brussel) experimenteerden een aantal musea in 2016 en 2018 met een specifiek aanbod voor gezinnen met baby’s en peuters: het Brussels Museum voor de Molen en de Voeding, MSK, Museum Dr. Guislain, MAS, Eperon d’Or, FOMU, Bakkerijmuseum, KMSKA, M Leuven, Industriemuseum (destijds MIAT), Modemuseum Hasselt, Mu.ZEE, Provinciaal Erfgoedcentrum Ename, en Red Star Line Museum. 

Musea werden tijdens een aantal bijeenkomsten in 2017 in hun leerproces begeleid door VCOK en VBJK. Samen doorliepen ze een aantal stappen:

Kennismaking met de leefwereld van het kind

  • Centraal in deze kennismaking staat de idee dat kinderen krachtig zijn: een baby of een peuter is steeds een kind dat creatief is, vol mogelijkheden, competent, intelligent, uit op ontdekking, nieuwsgierig en leergierig, sociaal en uit op communicatie. Ze ontdekken volop de wereld, vanuit verwondering.
  • Focus op wat een kind allemaal (al) kan, en niet op wat het niet kan. Benader kinderen niet als mens-in-wording; maar als mens die reeds ‘is’.
  • Wat de leefwereld van het jonge kind typeert is spel. Spelen is leren. Het is door spel dat kinderen zichzelf en de wereld ontdekken. Spel is dus geen tijdverlies, en spel is niet zomaar vrijblijvend. En niet het resultaat doet ertoe; het is het proces dat telt.

Kennismaking met de pedagogiek van Loris Malaguzzi

Deze pedagogiek staat ook bekend als 'de pedagogiek van Reggio Emilia' en gaat uit van drie pedagogen:

  • De eerste pedagoog is het kind zelf: een kind maakt zelf zijn of haar spel, en leert vooral in interactie met andere kinderen.
  • De tweede pedagoog is de volwassene: die creëert de context waarin het kind op een veilige manier kan exploreren, en hij of zij ondersteunt het kind en schenkt vooral veel vertrouwen.
  • De derde pedagoog is de ruimte en inrichting ervan. Die lokt op zijn beurt spel uit, en nodigt het kind uit om te onderzoeken. Een ruimte en het gebruik van rijke en gevarieerde materialen daarin spelen een cruciale rol. Mooie, kleurrijke materialen of materialen die blinken, geluiden maken, rollen, enzovoort, nodigen uit. Kies zoveel mogelijk voor natuurlijke en kwalitatieve materialen. Het KMSKA liet kinderen een stilleven maken. Het liet hen niet met plastic serviesgoed spelen, maar gebruikte mooie houten materialen. Het FOMU liet kinderen portretten maken aan de hand van stenen die als ogen, neus of mond konden worden gebruikt.

Kennismaking met de pedagogiek van het luisteren

Stel niet de vraag: ‘Hoe kan ik kinderen bezighouden?’, maar wel: ‘Wat houdt kinderen bezig?’. Door goed te kijken en te luisteren naar de allerjongsten komt u effectief te weten wat ze (graag of spontaan) doen. Het komt erop aan om in te spelen op die dingen die ze al doen. Geef uw ogen dus goed de kost wanneer u kinderen ziet spelen in uw eigen familie- of vriendenkring. Of trek gericht naar plaatsen waar u denkt veel te kunnen opsteken: kinderopvang, huizen van het kind, speeltuinen …

Enkele voorbeelden:

  • Vanuit de observatie dat peuters graag in een zandbak spelen, plaatste het Bakkerijmuseum in zijn museumopstelling een zandtafel met bloem i.p.v. zand. Daarin konden de allerjongsten naar hartenlust aan de slag met allerlei vormpjes en konden ze ‘koekjes’ bakken.
  • Vanuit de observatie dat kleine kinderen graag met klei aan de slag gaan, liet het Brussels Museum voor de Molen en de Voeding kinderen en hun ouders een aantal ingrediënten kneden tot marsepein die ze vervolgens konden proeven.
  • Het MSK maakte dan weer een groot tapijt waaraan een verscheidenheid aan tactiele materialen werden vastgenaaid, omdat kinderen zo graag met voel- en knisperboekjes spelen.
  • En vanuit de wetenschap dat jonge kinderen veel kruipen, installeerde Red Star Line Museum een kruiptunnel in de museumroute waardoor kinderen met behulp van een scheepstouw konden doorkruipen. De kinderen konden in deze tunnel ook een (lichte opblaasbare) wereldbol voortduwen.

Activiteiten ontwerpen

Met bovenstaande zaken in het achterhoofd is het vervolgens van belang om iets in het museum (of in de tentoonstelling, of in het erfgoedhuis) te selecteren: een plaats, of een of meerdere collectiestukken die interessant kunnen zijn voor de allerjongste kinderen. Stel u vervolgens de vraag: 'Tot welke activiteit zou deze plek, of dit collectiestuk kunnen uitnodigen?' Veiligheid is natuurlijk een grote bekommernis bij alles wat een museum aanbiedt. Maar ga ervan uit dat er steeds een ouder bij is die het kind begeleidt. VCOK en VBJK stelden een aantal reflectievragen op die u kunt gebruiken bij het ontwikkelen van een activiteit.

Wanneer u aanbod op zaal ontwikkelt, is het belangrijk om ook het onthaalpersoneel en het personeel op zaal hierover te briefen. Het MSK deed reeds heel wat inspanningen om medewerkers te betrekken bij het aanbod voor gezinnen met de allerjongsten:

  • Het museum bevraagt toezichters en onthaalmedewerkers expliciet wat het best vooraf aan ouders communiceert ter voorbereiding van het bezoek.
  • Toezichters worden getraind om vriendelijk op te treden i.f.v. het naleven van huisregels. En op gevaarlijke of lastige situaties wordt geanticipeerd in de mondelinge en schriftelijke communicatie: hier kan je eten, daar kan je een vuile pamper verversen …

Vervolgens is het tijd voor communicatie en promotie. Ouders zitten hoe dan ook vaak met heel wat praktische vragen. Probeer in uw communicatie zoveel mogelijk te anticiperen op hun vragen. Maar een deel van het succesverhaal schuilt in de timing: plan bijvoorbeeld geen activiteiten in de vroege namiddag, wanneer de meeste kinderen een slaapdutje doen.

Dit hoofdstuk kwam mede tot stand dankzij de expertise van Annelies Roelandt (VCOK), Caroline Boudry (VBJK), en Lies Ledure (MSK).