Hoe gebruikt u slow art in uw erfgoedpraktijk?

Slow-artsessie in het FOMU-Fotomuseum Antwerpen.

Wat is slow art?

De slow-artbeweging nodigt bezoekers uit om langer stil te staan bij een werk, en onderzoekt hoe we kunst en erfgoed beleven. De aanpak past prima bij musea die dialoog en interactie vooropstellen en zo de museumbeleving willen versterken. Meer tijd doorbrengen aan of bij een werk is geen doel op zich. Het uitgangspunt is dat ‘trager’, beter, of minstens ‘bewuster’ of ‘anders’ kijken (zowel naar het werk als naar zichzelf) betekenisvol is. Elk jaar, begin april, organiseert de slow-artbeweging de Slow Art Day. Instellingen en kunstenaars brengen dan een veelvoud aan activiteiten die vertraging en verstilling inluiden.

Foto: YSP_John Reynolds via Flickr. CC BY-NC-ND 2.0
  • Bezoekers leren het werk in detail waarnemen en kennen. Of ze bekijken het vanuit nieuwe perspectieven zoals kleur, vorm, thema’s …
  • Kijken is de aanleiding voor een gesprek met anderen. Deze waarnemingen kunnen voor zichzelf of voor anderen tot uitdrukking of onder woorden gebracht worden. In een gesprek bijvoorbeeld, of aan de hand van creatief schrijven, met een tekening, muziek …
  • Door dit gesprek verandert het perspectief: deelnemers kijken door de bril van anderen, en proberen ook te denken vanuit dat andere perspectief.
  • Ook is het kijken de aanleiding om stil te staan en in het moment te zijn. Met andere woorden: om zich op zichzelf terug te plooien, tot zichzelf te komen, om mindful te zijn.

Traag kijken kan dus verschillende functies vervullen. De klemtonen en aanpak zijn naargelang het doel dan ook erg verscheiden. Musea zetten verschillende werkvormen in waarmee ze volop experimenteren, via bijvoorbeeld mindfulness, yoga, VTS of Whole Body Focussing.

Wat is mindfulness?

‘Mindfulness’ staat voor een kwaliteit van aandacht. Het vraagt om, in het hier en nu, de aandacht te concentreren en daarbij gebruik te maken van alle zintuigen. De geest glijdt echter makkelijk af, en verzinkt in dagdromen, of glijdt naar to-dolijstjes of zorgen. Mindfulness helpt dit op te merken, zonder oordelen, en de geest terug te brengen tot het moment dat zich aandient.

De Amerikaan Jon Kabat-Zinn introduceerde mindfulness als een manier om mensen te helpen controle te krijgen over hun welzijn. De technieken zijn verweven met boeddhistische meditatietradities, maar mindfulness zelf is niet boeddhistisch. Mindfulness kan bezoekers op een trage maar intense manier in contact brengen met de collectiestukken. Die ervaringen nemen bezoekers ook weer mee naar hun dagelijkse leven. De aanpak in het museum hoeft niet groot of groots te zijn, ook kleine interventies kunnen betekenisvol zijn.

Een filmpje van het FOMU, Arts & History Brussels en FARO laat zien hoe mindfullness gebruikt kan worden in het museum:

Hoe past mindfulness in uw erfgoedpraktijk?

Een museum is geen evidente plaats voor mindfulness. Hoewel de plaats zich leent als een ruimte om stil te staan, geluiden te absorberen, is de context ook niet vrijblijvend. De medewerkers kennen noch de bezoekers, noch de emotionele bagage die ze meebrengen. Daarom wordt aan musea ook aangeraden voorzichtig te zijn, en bij die zaken te blijven waar u wel enige controle over heeft. Hoe een aanpak ook loopt, telkens kunt u terugkeren naar drie basisvragen: 'Hoe gaat het nu?', 'Hoe is uw ademhaling nu?', 'Hoe voelt uw lichaam nu?'. 

FARO dook in een 8-weken durende cursus, in de ervaringen van (buitenlandse) collega’s en literatuur en vatte enkele mogelijkheden samen.

Yoga

Vaak wordt een interactief gesprek voorafgegaan door een moment van yoga of meditatie.

Het Londense V&A bijvoorbeeld geeft al langer yoga en geluidsmeditatie alvorens bezoekers de tentoonstellingsruimten te laten binnengaan. Doel van deze sessies is om de zintuigen aan te scherpen voor het bezoek.

Een yogasessie, gevolgd door een ‘slow art looking session’ en een discussie kon men ook volgen in de Butler Gallery in het Ierse Kilkenny.

In Noord-Engeland staat mindfulness al lange tijd op het programma van het Yorkshire Sculpture Park. Een lichtinstallatie van Kimsooja in de historische kapel bleek vorig jaar een perfect decor. De groep werd uitgenodigd om de schoenen uit te doen en te staan, te zitten en te liggen op de vloer die telkens van kleur veranderde. Veertig minuten lang letten de deelnemers op veranderingen in de ruimte en in hun lichamen. Momenten van contemplatie en vreugde wisselden af met veranderingen in lichtintensiteit.

VTS

Musea kunnen ook teruggrijpen naar ‘Visual Thinking Strategies’ (VTS). Dat is een leermethode om volwassenen (of kinderen) in groep aandachtig en open te leren kijken en waarnemen. Deelnemers onderzoeken samen, ze luisteren naar elkaar en bouwen ook voort op elkaars inbreng. Kortom, de kijkers exploreren een werk helemaal zelf.

De gids of rondleider treedt in dit gespreksproces in de eerste plaats op als facilitator. Hij of zij trekt het gesprek op gang door vast te houden aan drie vragen die er als een rode draad doorheen lopen, namelijk: 'Wat gebeurt er?', 'Waaraan zie je dat?' en 'Wat zie je nog meer?'. Het FOMU- Fotomuseum Antwerpen ontwikkelde zich als een expert in VTS. Binnen het aanbod van ‘Slow Focus’ vindt u deze aanpak terug.

Het museum voor hedendaagse kunst in Vilnius (Litouwen), MO Museum, ontwikkelde een digitaal aanbod gebaseerd op VTS, de ‘Mo conversations'. In een sessie van 30 minuten ontdekt u in een groep van maximaal 6 personen een nieuw werk.

Whole body focusing

Het Middelheimmuseum in Antwerpen liet zich inspireren op het verwante Whole Body Focusing. Dat is een manier om te verstillen, te vertragen, te voelen en zo in verbinding met jezelf te komen.

Deelnemers worden uitgenodigd te vertragen en te verdiepen, en te verbinden met vijf ruimtes: de omgeving (temperatuur, weer, natuur …), de grond waarop ze staan, de stroom in het lichaam/adem/hartslag, de relationele ruimte (andere personen, objecten of kunstwerken), het grotere geheel.