Modus operandi voor interventies met cultureel erfgoed voor welzijn

Voor de reeks langetermijnpiloottrajecten Erfgoedcollecties, gezondheid en welzijn zetten we een manier van werken op die ons in staat moet stellen zowel methodieken als instrumenten te ontwikkelen, én aan te tonen dat dergelijke interventies een positieve impact hebben op het welzijn van mensen en gemeenschappen.

Herhaling is de sleutel van duurzaamheid

Het merendeel van de piloottrajecten is opgebouwd uit een reeks van zes sessies waarin procesmatig met de deelnemers wordt toegewerkt naar een eindmoment of -product. Na afloop wordt er gezorgd voor een vorm van nazorg om ervoor te zorgen dat niemand in een zwart gat terechtkomt, zoals vaak het geval is bij eenmalige projecten.

De sessiereeksen worden per traject minstens twee maal per jaar herhaald, wat ons in staat moet stellen om het draaiboek en de methodieken te verfijnen. Want als we iets hebben geleerd, dan is het dat de dynamiek van elke groep anders is en een aangepaste aanpak vergt. Daarnaast is het ook voor de partnerorganisaties een leerproces om dergelijke trajecten mee te ontwikkelen en structureel een plaats te geven in hun werking. Enkel door herhaling wordt er ruimte en tijd gecreëerd zodat kennis en expertise opgebouwd kunnen worden. En dat is nodig om een dergelijke werking duurzaam in te bedden.

Hou onze website in de gaten, want in de loop van 2018 zullen we de methodieken, stappenplannen, instrumenten, onderzoeksresultaten en lessons learned langs onze communicatiekanalen en vormingstrajecten druppelsgewijs verspreiden in de cultureel-erfgoedsector.

Meten zorgt voor bewijs

Impact is een concept dat vaak uit de kast wordt gehaald om aan te tonen dat iets effect heeft gehad. Dit is zeker het geval bij interventies met cultureel erfgoed die beogen het welzijn van mensen te verbeteren. Dan wordt er vaak vanuit een buikgevoel en aangespoord door enthousiaste getuigenissen verondersteld dat men een impact heeft gehad. Zeer fijn en sympathiek, maar als het gaat over zoiets fundamenteel als welzijn volstaat een buikgevoel niet.

Er kan immers pas van impact worden gesproken als zowel de harde als zachte effecten van interventies over een lange periode worden gemeten, geëvalueerd én vergeleken met andere meetresultaten van gelijkaardige interventies met cultureel erfgoed. Evidence based heet dat dan. Want beweren dat men impact heeft op het welzijn en de gezondheid van mensen zonder daarvan het bewijs te kunnen leveren is eigenlijk een vorm van kwakzalverij. U zou het ook vreemd vinden indien men u een medicijn zou voorschrijven zonder dat men weet of het werkt en zo ja voor wie en in welke dosis.

Voor de piloottrajecten zullen we een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve methoden gebruiken om de impact te meten. Met als doel laagdrempelige instrumenten te ontwikkelen die door iedereen bruikbaar zijn. Collega Alexander Vander Stichele vertelt in onderstaand filmpje iets meer over de UCL parapluutjes die we zullen gebruiken voor het meten van welzijn in de piloottrajecten Ingemaakt erfgoed, Kleine documenten, grote verhalen en Op verhaal komen met kloosterobjecten.

Bart De Nil