Museumbeurzen in Nederland

Een groot aantal musea, en vaak ook de kleinere, komen er gewoonweg niet aan toe om (wetenschappelijk) onderzoek te doen. Nochtans is dit een van de basisfuncties van het museum dat de naam ‘museum’ waardig wil dragen. Wetenschappelijk onderzoek van collecties is fundamenteel om betekenis te geven aan de collecties.

Natuurlijk, musea – en dat geldt uiteraard voor elke collectiebeherende organisatie – zouden er zélf een prioriteit van kunnen maken. Maar laat ons wel wezen: het is moeilijk om onderzoek te verantwoorden bij subsidiënten. Het gaat immers om werk achter de schermen, dat per definitie tijd vraagt en geen instant resultaten oplevert.

“Onderzoek? Da’s voor de universiteit!”

Bovendien vindt de veronderstelling dat onderzoek een zaak is van universiteiten en hogescholen, en dus niet van musea zelf, veel bijval. Ook dat is problematisch. In Vlaanderen is er immers geen vlotte, gestructureerde samenwerking tussen musea en onderzoeksinstellingen, op enkele uitzonderingen na. Als musea – wanneer ze bijvoorbeeld de status van wetenschappelijke instelling hebben – beroep kunnen doen op subsidies van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek, zal het zwaartepunt van het onderzoek bij de universiteit liggen, en niet bij het museum zelf. De erfgoedorganisaties staan dan veeleer ten dienste van de universiteiten. In de ideale wereld is dit een relatie met gelijkwaardige partners.

Het is hoog tijd dat hier ten gronde over wordt nagedacht. En dan kan de cultureel-erfgoedsector hier de komende jaren grondig werk van  maken. Zoniet zal ‘onderzoek’ nooit kunnen uitgroeien tot een volwaardige basisfunctie.

Nederland gidsland

Dat dit wel degelijk kan, leren we van onze noorderburen. Daar stelde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op advies van de Raad voor Cultuur, de KNAW en de Museumvereniging, in 2014 800.000 euro beschikbaar om de wetenschapsfunctie van musea te versterken. Het programma Museumbeurzen werd vervolgens opgezet door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, op basis van de Nationale Kennisagenda voor het Museale Veld

Tussen 2015 en 2018 werden veertien onderzoeksprojecten in musea via deze weg gefinancierd. Intussen zijn de onderzoeksresultaten digitaal beschikbaar. Een museummedewerker ging in het museum i.s.m. een universiteit aan de slag, waarbij het zwaartepunt in het museum bleef. Hieronder vindt u een overzicht van de onderzoeksprojecten. De bedoeling is om nu te bekijken hoe dit programma in Nederland kan worden voortgezet. 

Voor de cultureel-erfgoedsector en zijn beleidsmakers in Vlaanderen zou dit programma een goede aanleiding kunnen zijn om zich over deze hele kwestie te bezinnen. 

Een overzicht van de museumbeurzen

  • Rijksmuseum Boerhaave, ‘Optische meetmethoden’
  • Het Nieuwe Instituut, ‘Het verhaal van een nieuwe tekenwijze’
  • Amsterdam Museum, ‘Prostitutie geëxposeerd’
  • Stedelijk Museum Amsterdam, ‘Going Global’
  • Rijksmuseum van Oudheden, ‘Oud-Europa’
  • Het Nationaal Museum van Wereldculturen, ‘Indonesisch-islamitische kunst’
  • RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, ‘Retour de Paris’
  • Joods Cultureel Kwartier, ‘Joodse musea vergeleken’
  • Museum Rotterdam, ‘Eigentijdse interieurs’
  • Bijbels Museum, ‘Het Bijbelsch Museum van ds. Leendert Schouten’
  • Frans Hals Museum, ‘Frans Hals/niet Frans Hals’
  • Catharijneconvent, ‘Het voorwerp verhaald’
  • Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, ‘Game On’
  • NEMO Science Museum, ‘Familieconversaties in musea’

Foto's: CC0

Olga Van Oost