Roofkunst: Wiener Philharmoniker geeft schilderij terug

Port-en-Bessin van Paul Signac. (c) Ayre Wachsmuth

De Standaard-journalist Geert Sels is stilaan een expert geworden over alles wat de zogenaamde roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog aangaat. In 2014 won hij De Loep, de prijs voor de beste onderzoeksjournalistiek van de Nederlands-Vlaamse Vereniging van Onderzoeksjournalisten. Hij kreeg die prijs voor een uitgebreid journalistiek dossier over dat onderwerp. En vandaag bericht hij in de krant over alweer een ander verhaal uit de Tweede Wereldoorlog. De Wiener Philharmoniker, een van ’s werelds beroemdste orkesten, bezit een geroofd schilderij. Het orkest geeft het straks terug aan de rechtmatige eigenaars.

De Wiener Philharmoniker geeft een schilderij van Paul Signac terug aan de eigenaars. Het orkest kreeg het tijdens WO II als beloning voor enkele optredens in bezet Frankrijk. Probleem: het bleek geroofd.

Voor de Wiener Philharmoniker straks aan zijn nieuwjaarsconcert begint, staat het een schilderij af dat al sinds de Tweede Wereldoorlog in zijn bezit is. Het gaat om Port-en-Bessin, vroeg werk van Paul Signac uit 1883. Dat schilderij is een smet op de reputatie van de Wiener Philharmoniker. Sinds de donkere oorlogsjaren wordt het orkest al verdacht van nazisympathieën. Daar is dit werk het tastbare bewijs van. Het kreeg dit schilderij omdat het zich zo dienstbaar had opgesteld tegenover het Derde Rijk.

Zoals de Andrew Sisters de Amerikaanse troepen kwamen opmonteren, zo deed de Wiener Philharmoniker dat voor het nazileger. In augustus 1940 speelde het in kamerbezetting in Salins-les-Bains, Besançon en Dijon. Voor de Duitse Wehrmacht geen vrolijke deuntjes, maar Mozart, Beethoven, Haydn, Schubert en Johann Strauss. Bij zijn terugkeer een maand later, kreeg het van Roman Loos, het hoofd van de Feldpolizei, het schilderij van Signac. Als blijk van appreciatie voor de geleverde diensten. Tussen het orkest en Loos bestond een ‘jarenlange goede verstandhouding’.

Met de Signac had de Wiener Philharmoniker een vergiftigd geschenk gekregen. Het was namelijk roofkunst. Het behoorde toe aan Marcel Koch, een man die in Moutaine een instituut voor Etudes Européennes had opgericht. Dat was een doorn in het oog van de nazi’s, die systematisch informatie verzamelden van hun vijanden, zoals joden, linksdenkenden en vrijmetselaars.

Koch liet in 1940 zijn instelling achter om zich in Algerije aan te sluiten bij het verzet. In die periode werd zijn gebouw leeggehaald, met inbegrip van Port-en-Bessin van Signac. Toen hij in 1944 terugkeerde, richtte hij een ander informatiecentrum op en deed hij aangifte van het gestolen werk.

Nadat het in zijn archief een brief had gevonden van Roman Loos, schakelde de Wiener Philharmoniker in 2013 de kunsthistorica Sophie Lillie in. Die spitte al tal van kunstroofzaken uit. Ze slaagde er ook hier in de eindjes van het verhaal aan elkaar te knopen. Dat er pas nu een teruggave komt, heeft te maken met de zoektocht naar de rechthebbenden. Koch overleed in 1999 zonder kinderen. Er zijn vijf erven gevonden die het schilderij in ontvangst zullen nemen. Experten schatten de waarde op 500.000 euro.

Goed om weten is dat Openbaar Kunstbezit Vlaanderen in februari een nummer aan de problematiek van de roofkunst wijdt.

Artikel overgenomen met toestemming van de auteur. U leest elders op deze website meer over Geert Sels' werk en De Loep.

Roel Daenen