Toegepaste geschiedwetenschap in tijden van COVID-19

Pestdokter. Foto: Kuma Kum via Unsplash

De voorbije maanden is ons land, en vele andere met ons, door expertencommissies door de crisis geloodst. Uiteraard worden die commissies bevolkt door virologen en medici. Dat er economen bij zijn vinden we vast ook heel logisch. Maar geesteswetenschappers in het algemeen en historici in het bijzonder ontbreken vaak in dit soort denktanks.

Volgens enkele Nederlandse hoogleraren is dat echt een gemiste kans. Eerder deze maand publiceerden zij daarover een opiniestuk in het NRC. Dat kreeg zware kritiek te verduren, die vervolgens weer werd bijgestuurd met positieve reacties op de rol van historici. Daarop volgde een manifest voor 'applied history' dat het begin moet zijn van een beweging.

Wat is het pleidooi?

Volgens de opstellers van het manifest is de COVID-19-crisis niet alleen een medisch, maar ook een maatschappelijk probleem. Het gaat immers niet enkel over lichamelijke gezondheid, maar ook over de organisatie van onze samenleving en dus onze cultuur. Economie, gezondheid, cultuur en welzijn: alles hangt samen en de knopen zijn niet makkelijk te ontwarren. Om zo’n wicked problem op te lossen komt het er vooral op aan om met een open blik te kijken en de juiste systemische vragen te stellen. Historici zijn daartoe volgens het manifest goed uitgerust, omwille van deze drie redenen:

  • Zij bestuderen hoe mensen betekenis geven aan hun leven, bijvoorbeeld door elkaar verhalen te vertellen. Ook in deze tijden is er nood aan betekenisgeving van de crisis die ons overkomt. Een ziekte is méér dan een medisch fenomeen.
  • Historici bestuderen ook 'failure paths', zij kunnen ver terugkijken en zo leren uit vroegere strategieën om epidemies in te dijken. Daarbij kunnen we trouwens niet alleen uit fouten, maar ook uit successen leren.
  • Kennis van het verleden toont ook de veerkracht en adaptieve capaciteiten van de mens om met een crisis om te gaan. En dat niet alleen op korte, maar ook op lange termijn.

De opstellers van het manifest willen dus dat historici mee kunnen denken over grote maatschappelijke verschuivingen. Dat impliceert volgens hen wel dat geschiedwetenschappers grotere lijnen moeten durven trekken en zich niet mogen terugplooien op micro-onderzoeken naar voetnoten in de geschiedenis. Een nieuwe methodologie dringt zich op!

Het begin van een (internationale) beweging

Het Nederlandse Manifest bouwt verder op een eerder manifest dat in 2016 aan de Harvard Kennedy School tot stand kwam. De Nederlandse initiatiefnemers roepen op om ervaringen te delen en de methodologie van de toegepaste geschiedenis verder te verfijnen. Eerste stap is een digitale lunch op 16 juni, daarna volgen nog meer activiteiten. Meer informatie vindt u hier

En in Vlaanderen?

Het debat rond toegepaste geschiedenis of applied history zal ook vanuit Vlaanderen voeding krijgen. Aan de KU Leuven startte bijvoorbeeld onlangs het HISCON/Corvus project dat diverse nieuwe methodes en technieken voor toegepaste geschiedwetenschap wil ontwikkelen. Het project als geheel probeert in de eerste plaats een antwoord te vinden op de vraag hoe historici maatschappelijke actoren in Vlaanderen het best kunnen ondersteunen.

De voorbije weken analyseerden de medewerkers de historische referenties die de Vlaamse pers maakte tijdens de coronacrisis. Dat resulteerde in een bijdrage die ondertussen gepubliceerd is in het Journal of Applied History. Op de pagina van het Corvusproject vindt u ook nog andere relevante andere 'two-minutes reads' die toegepaste geschiedwetenschap in praktijk brengen.

Wordt vervolgd …

Foto: Kuma Kum via Unsplash

Jacqueline van Leeuwen