Dag 7: Ethnographic collections, aspects of research, preservation and conservation | Summer school

Tijdens de eerste lezing sprak Geert Van der Snickt, docent aan de afdeling Chemie van de Universiteit van Antwerpen, over de theorie van XRF (X-Ray Fluorescentie). Hij toonde ons het elektromagnetisch spectrum, en legde het verschil in energie uit. Hij gaf voorbeelden van het gebruik van x-stralen in het dagelijkse leven, zoals in de luchtvaart, de medische wereld, enz.

Geert verklaarde vervolgens het atoommodel van Niels Bohr en legde uit dat een atoom uit een positieve kern bestaat met daarrond schillen (gecodeerd beginnend met K) waar de negatieve neutronen zich bevinden en dat een atomisch model steeds een evenwicht (stabiele vorm) zoekt. Hij legde ook de Tabel van Mendeljev uit, welke informatie kan teruggevonden worden over het atomisch model van een element en waarom dit belangrijk is bij het uitvoeren van XRF-metingen.

Hierna legde hij de werking van XRF zelf uit. Wanneer fotonen (bundel energie) worden afgeschoten op het object en de energie is voldoende hoog, kan het elektronen uit het atomisch model wegschieten. Deze onderzoekstechniek wordt dan ook gebruikt voor elementaire analyses. Het verklaart ook ineens de naam, X-Ray Fluorescentie (het meten van de karakteristieke secundaire straling die in principe gefluoresceerd of teruggekaatst wordt). Het afschieten wordt in een hoek van 45° uitgevoerd en de secundaire straling via de detector wordt ook in een hoek van 45° gemeten (zodat je in totaal een hoek verkrijgt van 90°). Hij lichtte toe dat mensen vaak denken dat de meting recht moet worden uitgevoerd, wat dus niet klopt, en dat bij het plaatsen van het meettoestel hier rekening mee moet worden gehouden.

Vervolgens legde hij het spectrum (grafiek) uit en hoe dat kan geïnterpreteerd worden. Vooral de pieken zijn van belang en de meting kan enkel kwalitatief maar niet kwantitatief gebeuren. Pieken van verschillende elementen kunnen bovendien niet met elkaar vergeleken worden. Hij legde ook uit dat x-stralen verschil in energie hebben, zachte x-stralen minder  diep penetreren en geschikt zijn voor materialen met een lage dichtheid. Harde x-stralen zijn nodig voor materialen met een hogere dichtheid.

Hierna gaf hij kort een overzicht van de verschillende modellen in XRF-toestellen, die naast de praktische toepassing ook kunnen verschillen in bereik. Via de Tabel van Mendeljev legde hij verder ook uit welke elementen kunnen worden gemeten met de typische draagbare XRF-toestellen die vooral worden gebruikt in de conservatie-restauratie, maar dat via aanpassing van de bron of het werken met een vacuümkamer, ook meerdere elementen (lichtere en zwaardere) kunnen gemeten worden. 

Adhesieven

Griet Blanckaert gaf een lezing over verschillende adhesieven. Bij de keuze van het juiste adhesief voor een specifieke behandeling met rekening gehouden worden met verschillende eigenschappen zoals de reversibiliteit, de oplosbaarheid, de toepassing (uitvoering), de stabiliteit van het product, de toxiciteit, de mechanische eigenschappen, de kost en de chemische samenstelling.

Bovendien zijn er drie belangrijke zaken waarmee rekening moet gehouden worden bij de uitvoering van een adhesief. 

  • De penetratie wordt bepaald door het adhesief zelf alsook het substraat (het object) waarop het wordt aangebracht. Indien het adhesief een grote oppervlaktespanning heeft, zal het minder snel in contact komen met het substraat en dus ook minder snel in het materiaal penetreren. Bij een product met een lage oppervlaktespanning is dit net andersom. Door aanpassingen te doen aan de eigenschappen van het adhesief of aan het substraat kan dit fenomeen beïnvloed worden.
  • Bij het toevoegen van een adhesief aan een object kan stress worden veroorzaakt. Vaak wordt een object geïmpregneerd of geconsolideerd om het object sterkte te geven. De fysieke eigenschappen van het object veranderen dus. Dit kan stress met zich meebrengen, wat schade kan toebrengen aan het object. Het is belangrijk om rekening te houden met bv. de (krimp)sterkte van lijm, waardoor er nieuwe breuken kunnen ontstaan in een object.  
  • Tot slot is er de stabiliteit van een adhesief: wat zijn de risico’s op lange termijn? Is het een inert product en hoe veroudert het?

Het is belangrijk dat, vooraleer het adhesief wordt aangebracht op het object, het object en het adhesief volledig te onderzoeken. Hoe reageert een object met zijn omgeving, maar ook met het adhesief dat wordt aangebracht? Wat zijn de eigenschappen van het adhesief, ook op lange termijn? Doe voldoende onderzoek via literatuurstudie en andere cases waarbij dergelijke uitvoeringen worden beschreven. Verzamel de voor- en nadelen en maak dan een gefundeerde beslissing.

Een bespreking van alle diverse soorten adhesieven zou ons tijdens deze cursus te ver leiden. Enkel de meest belangrijke kwamen aan bod. De vier grote groepen zijn de anorganische (dierlijk) natuurlijke adhesieven, de organische (plantaardige) natuurlijke adhesieven, de semi-synthetische adhesieven en de synthetische adhesieven. Voor elke groep somde Griet de samenstelling, de eigenschappen van de verschillende adhesieven, de applicatiemogelijkheden en de voor- en nadelen op. Hierna vertelde ze ook dat adhesieven kunnen samengevoegd worden om bepaalde eigenschappen te bekomen.

Griet eindigde haar presentatie met een tip: het boek Materials for conservation organic consolidants adhesives and coatings. Hierna konden we in de Studio CR Schilderkunst de diverse adhesieven zowel in vaste als in opgeloste vorm bekijken. 

In de namiddag hadden de studenten vrij om verder te werken aan hun objecten en zich voor te bereiden op hun presentatie van morgen. De XRF-metingen werden uitgevoerd door Patrick Storme. Charles Indekeu, Carolien van der Star, Griet Blanckaert, Vincent Cattersel waren aanwezig om de studenten te begeleiden.

 

English version will be online next week. 

Julie Lambrechts