Acht extra Spilliaerts op Topstukkenlijst

Minister van Cultuur Sven Gatz heeft acht bijkomende werken van Léon Spilliaert (1881-1946) definitief beschermd als topstukken. Op de Topstukkenlijst staan daarmee twaalf werken uit het erg eigenzinnige oeuvre dat deze Belgische kunstenaar ons heeft nagelaten.

Een topstuk is een roerend goed of een verzameling dat door zijn archeologische, historische, cultuurhistorische, artistieke of wetenschappelijke betekenis voor de Vlaamse Gemeenschap als zeldzaam en onmisbaar wordt beschouwd. Zo’n cultureel erfgoed mag dan niet buiten Vlaanderen worden gebracht zonder toelating van de Vlaamse overheid. De Topstukkenlijst bevat de topstukken, meer dan 600 vandaag, waarvoor bredere beschermingsmaatregelen zijn uitgevaardigd voor uitvoer, zorg en fysische ingrepen. Er is ook een bijzondere subsidieregeling aan verbonden.

Van Léon Spilliaert stonden tot nog toe vier werken op de lijst: De windstoot, 1904; Duizeling, 1908; Zelfportret voor de spiegel, 1908 en Witte gewaden, 1912. Deze vier werken zijn te bezichtigen in Mu.ZEE in Oostende. Minister van Cultuur Sven Gatz voegt nu acht bijkomende werken van Spilliaert toe aan de Topstukkenlijst. De voorgestelde werken beklemtonen en vullen het toonaangevende karakter van de kunst van Léon Spilliaert aan. Het betreft:

  • Tekeningen in de drie volumes van Théâtre van Maurice Maeterlinck, uitgegeven tijdens de jaren 1901-1902 door de Brusselse uitgever Edmond Deman en geïllustreerd door Léon Spilliaert tijdens de jaren 1902-1903, privébezit;
  • De absintdrinkster, 1907, aangekocht door de Koning Boudewijnstichting en in bruikleen gegeven aan het Museum voor Schone Kunsten Gent;
  • Silhouet van de schilder, 1907, Museum voor Schone Kunsten Gent;
  • Zelfportret met blauw schetsboek, 1907, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen;
  • Zelfportret met schildersezel, 1908, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen;
  • Twee november (Interieur), 1908, Museum voor Schone Kunsten Gent;
  • De flacons, 1909, privébezit;
  • Vissersvrouwen op de kaai, 1910, privébezit.

Belangrijke thema’s in het oeuvre van Spilliaert zijn interieurs, stillevens, landschappen (de zee en in een later stadium het bos) en zelfportretten. Van bij de aanvang van zijn artistieke loopbaan is de overheersende idee in zijn kunst die van vereenzaming en isolement. De sfeer die eigen is aan zijn werken, kan omschreven worden als verstild en meditatief, beklemmend en beangstigend. De kunstenaar gebruikte niet vaak olieverf, maar had een voorkeur voor de combinatie van sobere, fragiele materialen zoals waterverf, gouache, kleurpotlood, pastel en Oost-Indische inkt. Met deze niet volledig dekkende middelen werkte hij in een synthetische stijl en creëerde hij bijzondere effecten om de sfeer van onstoffelijkheid en van vergeestelijking die hij beoogde, te versterken.

Bron: Persbericht Sven Gatz
Foto: Detail uit De absintdrinkster, 1907, Museum voor Schone Kunsten Gent.

Faro