Misère au Borinage: een confronterend tijdsdocument

Henri Storck, een van de belangrijkste filmmakers van ons land, maakte in 1933 ‘Misère au Borinage’, een documentaire film die geldt als een van de referenties uit de filmgeschiedenis. Storck trad naar eigen zeggen op als "verontwaardigd maar scherpzinnige getuige."
 ‘Misère au Borinage’ probeerde voor het eerst de aandacht probeerde te vestigen op wat na de beurskrach van 1929 al een vergeten streek was. Samen met de Nederlandse filmregisseur Joris Ivens – met wie hij de film maakte – verbleef Storck geruime tijd bij de arbeiders zelf om hun dagelijkse leven waarheidsgetrouw in beeld te brengen. Kentekenend daarover is deze passage uit het boek ‘Henri Storck memoreren’: "Alle mogelijke middelen werden door de mijndirectie ingezet om hen uit de streek te verwijderen. Om te kunnen ontsnappen aan politiecontroles brachten de leden van de filmploeg elke dag in een ander huis door en verplaatsten ze zich voortdurend. Er werd een koerier ingezet die het reeds belichte materiaal regelmatig naar Brussel bracht, op die manier werden stukjes film steeds in veiligheid gebracht. […] Telkens als Storck en Ivens een mijnwerkershuis bezochten zagen zij aan de muur drie portretten: één van Koning Albert I, één van de Heilige Maagd Maria en een van Karl Marx." Die empathie “…gaf de film een intimiteit en een gevoel van detaillering die de journaalfilm niet bezat,” aldus de Amerikaanse filmhistoricus Robert Sklar. Het resultaat stond in schril contrast met de journaalbeelden die toen alomtegenwoordig waren. Het thema van de ellendige levensomstandigheden van de arbeiders kwam een paar jaar later opnieuw aan bod in zijn film ‘Het huis der ellende’ (1937).

Het leven van Storck zelf leest als een roman. Zijn ouders baatten een succesrijke schoenwinkel in Oostende uit, schuin tegenover ciné Palace. Vanuit zijn slaapkamer kon de jonge Henri de filmmuziek horen. Hij groeide op op de schoot van kunstenaars zoals Léon Spilliaert, Constant Permeke en vooral James Ensor. De oude meester was ook een trouw lid van de Club du Cinéma die Storck in 1928 stichtte om Oostende te laten kennismaken met de films van Eisenstein, de Duitse expressionisten, de Franse surrealisten en de documentarist Robert J. Flaherty, zijn grote voorbeeld, de man die de wereld prachtige prenten schonk als ‘Man of Aran’.


Leestip:
SWINNEN (Johan) en DENEULIN (Luc), Henri Storck memoreren, Brussel, VUBPress, 2007, 248p. Meer info over het leven en werk van Henri Storck vind je op de website van het gelijknamige Fonds. Bekijk hieronder een fragment van ‘Misère au Borinage’, of bekijk het fragment via de toegankelijke YouTube-player.