Le train de plaisir: sociaal toerisme en de spoorwegen

Foto’s en postkaarten van dames in frêle japonnen, met trendy hoeden en parasols, wandelend over de zeedijk van Oostende. Kiekjes van jonge heren in gestreept maatpak, brillantine in het haar, op de pier van Blankenberge, turend over de eindeloze zee. Kleurige spoorwegaffiches die het mondaine volkje van topambtenaren, industriëlen, artsen en edellieden in beeld brengen op het strand, in de duinen, op de pier, de renbaan of in het casino… Dat exclusieve plaatje van onze Belgische kust als toevluchtsoord voor de rich-and-the-famous bleef tot laat in het interbellum overeind.

Langzaam maar zeker kwam de democratisering van toerisme echter in de maalstroom terecht en planden ook steeds meer werkmansgezinnen hun dagje aan zee. Uiteraard nam de overheid een handvol cruciale maatregelen, maar vooral de sociale tarieven van de spoorwegen bleken een duwtje in de rug. Nog tot 12 september 2010 loopt in Lamot (Mechelen) de tentoonstelling Met de trein: 175 jaar sporen die de fascinerende band tussen toerisme en de trein weer tot leven brengt.

Vóór de invoering van de verplichte zondagsrust (1906) was een dagje aan zee geen evidentie voor werklui. Lagere bedienden en arbeiders uit bijzondere sectoren en van sommige bedrijven (Minerva, Gevaert) kregen al in het vroege interbellum recht op betaalde vakantie, maar toch liet de algemene invoering van de congé payé tot 1936 op zich wachten. Uiteindelijk ging de regering onder zware druk van de Belgische Werkliedenpartij overstag.

De spoorwegen werden een belangrijk middel om die politiek van sociaal toerisme in de praktijk te brengen. Vooreerst waren er de trains de plaisirs of de zondagstreinen die werklui tegen verminderd tarief voor een dagje naar de kust brachten. Een mijlpaal was de invoering van de volksvakantiekaart in 1937, waarmee reizende arbeiders, klerken en lagere ambtenaren een korting van 25 tot 30% op hun retourbiljet kregen. Tenslotte werd er ook een Reisspaarkas opgericht. Maandelijks legden fabrieksarbeiders een deel van hun schamele loontje opzij, om die som in de zomer voordelig om te wisselen voor goedkope spoorwegtickets, hotelcheques, inkomkaartjes…

Hoewel de spoorwegen dus heel wat inspanningen leverden om sociaal toerisme te promoten, waren de resultaten pover. Uit een onderzoek van de Brusselse socioloog Guillaume Jacquemeyns – Vacances et congé payé des Belges (1947) – bleek dat nauwelijks 47% van de Belgische werklieden ooit een reisje naar de kust, de Ardennen of een andere bestemming gemaakt had. Meer dan de helft van de bevolking ontbeerde eenvoudigweg de centen om meermaals te reizen. Op basis van Jacquemyns’ ontluisterende rapport nam de Hoge Raad voor Arbeidersvacantie in 1950 een aantal cruciale beslissingen. Nieuwe reductie- en promotarieven voor de trein werden uitgetekend. Maar het speerpunt lag vooral in de oprichting van Vakantiegenoegens en Vakantievreugde, respectievelijk de dienst voor arbeidersvakantie van het ACW en ABVV, die een batterij betaalbare hotels en pensions aan de kust en in de Ardennen bouwde.

Leestips:
- CGT, Jaarverslag over de werking van de directie voor arbeidersvacantie en volkstoerisme (Brussel 1950)
- CONSTANDT (Marc), 100 jaar toerisme. Een eeuw vakantie in West-Vlaanderen (Tielt 1986)
- DE KEYZER (Diane), Met Madame aan Zee. Meesters en meiden in de villa’s aan de Belgische Kust, 1900-1940 (Leuven 2006)
- STROOBANTS (Bart) & VERHOEVEN (Gerrit), Met de trein. 175 jaar sporen (Mechelen 2010)

Informatie tentoonstelling Met de trein. 175 jaar sporen
De tentoonstelling 'Met de trein. 175 jaar sporen' vindt plaats in Erfgoedcentrum Lamot, Van Beethovenstraat 8-10 (ingang Haverwerf), 2800 Mechelen. Alle info vind je op de tentoonstellingswebsite.

Afbeeldingen:
(boven): toeristische affiche, (c) NMBS-Holding
(onder): (c) Photo Tropic - www.beeldbankoostende.be

Met veel dank aan Gerrit Verhoeven voor de tekst van dit bericht.