Juan Luis Vives: een humanistische pionier in het denken over armenzorg

Traditioneel situeren historici de komst van het humanisme in de context van de sterk toegenomen welvaart van de steden vanaf het einde van de 15e eeuw. De influx van Byzantijnse vluchtelingen naar o.a. Italië - en in hun bagage tal van oude, Griekse werken - zorgde ook een nieuwe kijk op mensen en het samenleven. Bekende humanisten zijn Desiderius Erasmus (1469-1536), Thomas More (1478-1535) en Juan Luis Vives (1492-1540). Die laatste legde met zijn studie 'De subventione pauperum' uit 1526 een nieuwe grondslag voor stedelijke sociale politiek, met een bijzondere aandacht voor armenzorg.Vives was afkomstig uit Valencia, Spanje. Na zijn studie in Parijs werd hij hoogleraar aan de universiteit van Leuven. Brugge, zowat dé wereldstad uit die tijd, werd vanaf 1513 zijn thuisbasis. Achter de Onze Lieve Vrouwkerk stuiten de bezoekers vandaag nog op een buste van Vives.

Vives schreef zoals elke rechtgeaarde wetenschapper in die tijd in het Latijn, maar in 1533 werd 'De subventione pauperum' in opdracht van de stad Ieper vertaald onder de titel 'Secours van den aermen'. Hiermee werd zijn boek toegankelijk voor een brede lezerskring. Centraal in zijn betoog staat het pleidooi om alle middelen voor armenbeleid te centraliseren bij de lokale overheid. Dat idee nam Karel V over in zijn Edict van 1531, waarin hij stadsbesturen verplichtte tot het oprichten van een Gemene Beurs, een stedelijk financieel fonds voor armenzorg. Die maatregel druiste regelrecht in tegen de heersende kerkelijke opvattingen. Al eeuwenlang - om preciezer te zijn: sinds het Concilie van Tours in 567 -  had de Kerk de armenzorg op parochieniveau georganiseerd. Zo ontstond voor het eerst spanning tussen het publieke en kerkelijke gezag over sociaal beleid. Wie moest instaan voor die behoeftige bevolkingsgroep, en... om welke reden.

Vives plaatste zich overigens met zijn denkbeelden niet buiten de Kerk. Wel pleitte hij voor een veel efficiëntere en systematischere aanpak van de armenzorg, ondermeer door precies die groepen burgers duidelijk te omschrijven die recht op steun verdienden.

Criminelen moesten niet gestraft worden, maar geholpen worden om goede burgers te worden. Armen verdienden de steun van de lokale gemeenschap, maar slechts na onderzoek naar hun leefsituatie en leefstijl. Daklozen en zwervers tenslotte moesten verplicht worden hun naam te noemen en te verklaren waarom ze zwierven. Volgens Vives kon armoede vermeden worden door iedereen in overeenstemming met hun mogelijkheden aan het werk te zetten. Wie geen vaardigheden had, moest scholing krijgen. En wie zich onterecht als ziek voordeed, moest streng gestraft worden. In zijn ogen was niemand werkonbekwaam; zelfs de blinden konden in eigen levensonderhoud voorzien door wol te spinnen of rieten mandjes te vlechten. Daarin stond hij overigens niet alleen. Ook religieuze hervormers als Luther en Calvijn waren voorstander van sociale hulp, in de vorm van al dan niet hardhandige toeleiding tot de arbeidsmarkt. Zo moesten de weeskinderen in het Antwerpse 'knechtjeshuis' (op de Paardenmarkt) onder meer assisteren bij begrafenissen en een vak leren (kleermaker, bakker,
kousenmaker).


Zijn afkeer voor de schoolse sleur deed hem naar nieuwe methoden zoeken. Bij Vives zijn de kiemen van belangrijke onderwijshervormingen, zoals die later door Rousseau werd voorgesteld te vinden. Zo omvat zijn magnum opus 'De disciplinis libri XII' (Antwerpen, 1531) een ambitieus programma van de te onderwijzen wetenschappen en vakken. Vives stelde voor om (in zijn ogen) verouderde methodes door ervaring en observatie te vervangen. Vives had ook oog voor de opvoeding van vrouwen. 'De institutione feminae christianae', uit 1523, pleit hij voor een echte, behoorlijke en formele opleiding voor vrouwen. Vives was daarmee zijn tijd ver vooruit. Achtereenvolgens wordt de vorming van de jonkvrouw, de echtgenote en de weduwe besproken.

Kun je voor jouw gemeente of regio de impact inschatten van het werk van Vives? Zijn er concrete sporen van de impact van zijn werken te vinden? Toon het, en confronteer het met wat vooraf ging en wat later volgde...


Leestips
: lees de definitie van het humanisme ten tijde van de Renaissance na op Wikipedia. Voor de liefhebbers van paleografie en/of Middelnederlandse literatuur: De subventione pauperum uit 1533 is hieronder digitaal op te halen.

VAN BELLE (Juliaan), Juan-Luis Vives, oValencia 1492 + Brugge 1540: over maatschappelijk welzijn, armoede, opvoeding en Europese gedachte in de zestiende eeuw, Ruddervoorde, Heemkundige Kring van Ruddervoorde, 1994, 177p.

VAN BRUWAENE (Carine), SIMON (Frank), VERBRUGGEN-AELTERMAN (Antonia) (red.), Sociale politiek, proletarisering en armoede : een aanzet tot didactische verwerking, Gent, Interfacultair centrum voor lerarenopleiding, 1985, 165p.


Afbeelding
:
Een portret van Vives.