Gemene geschiedenis of erfgoed met een angel

Cover Gemene Geschiedenis

Op de keper beschouwd gaat het bij het gros van de publieksgerichte cultureel-erfgoedprojecten over het dagelijks leven van ‘de gewone man'. Enige tijd geleden heeft FARO hiervoor het valorisatietraject Gemene Geschiedenis. Dagelijks leven van het ‘gewone’ volk (1789 - 1918) gelanceerd.

De term 'Gemene geschiedenis' staat in een meer hedendaagse betekenis voor geschiedenis met een scherp kantje. De belangrijkste doelstelling van dit traject is de bevordering van het onderzoek en de valorisatie van bronnen. Met andere woorden: hoe kunnen erfgoedwerkers het dagelijks leven documenteren (d.w.z. via welke zoekstrategieën in (archief )collecties) en hoe kan bronnenmateriaal vervolgens omgezet worden in een publieksgericht verhaal?

Het aanleren van een goede heuristiek is één zaak. Even belangrijk in het metier van een onderzoeker naar het dagelijks leven is zijn of haar algemene kennis. Onderzoekers kunnen hun bronnen beter ‘lezen’ en erfgoedwerkers leveren nu eenmaal veel betere erfgoedprojecten af indien ze de sociale- en culturele geschiedenis van de lange negentiende eeuw in hun vingers hebben. Algemene kennis gaat evenwel verder dan feitenkennis. Onderzoekers en erfgoedwerkers hebben er alle belang bij dat ze een uitgebreide gereedschapskist met benaderingswijzen en theoretische kaders bezitten. Concepten zoals authenticiteit of een antropologische aanpak traceren het dagelijks leven tot kleinmenselijke proporties. Het levert niet altijd een vlekkeloos beeld op, soms krijg je verhalen over de lelijkheid van mensen waarin bijvoorbeeld afgunst en hebzucht een motief voor handelen waren. Het behoort volgens mij tot de opdracht van professionele erfgoedwerkers om te demystificeren, om het publiek te confronteren met de realiteit. Een kritische houding die door de Nederlandse etnoloog Gerard Rooijakkers treffend werd gevat met de oneliner “erfgoed met een angel”.

Om u deze kennis eigen te maken bestaan er spijtig genoeg geen toverformules. Het komt simpelweg neer op veel lezen en televisiekijken. Het scannen van de inhoudsopgaven van (wetenschappelijke) vaktijdschriften, het overlopen van thesistitels en de publicaties die in de erfgoedsector aan de lopende band verschijnen zijn handige truckjes om ‘op de hoogte te blijven’ én om leesvoer te verzamelen. De laatste decennia werden vooral op buitenlandse televisiezenders documentaires getoond die door hun kwaliteit en diepgang een hele bibliotheek aan informatie en boeiende inzichten hebben meegegeven. Soms loont het de moeite om een documentaire op DVD aan te kopen (zo gaf ik mijzelf vorig jaar als kerstgeschenk de DVD The Civil War van Ken Burns cadeau, een absolute aanrader).

Specifiek ter lering en vermaak over het dagelijks leven van de gewone man liep er deze maand op BBC Two de documentairereeks Melvyn Bragg on Class and culture. In de eerste aflevering schetst Melvyn Bragg onder meer een portret van de cultuur van de arbeidersklasse. Een beeld van een sterke gemeenschap die fier was op haar eigenheid en samenhang én dat toonde in goed uitgebouwde sociale - en culturele verenigingen, zoals fanfares. De, volgens mij briljante historica Pat Barker nuanceerde in deze aflevering dit clichébeeld door er fijntjes op te wijzen dat er ook binnen de onderste sociale lagen van de bevolking ‘klassenverschillen’ bestonden. Waardoor niet alle arbeiders konden participeren aan deze arbeiderscultuur. Een knap staaltje van de manier waarop history from below de geschiedenis scherper stelt.

Narratieve historici, zoals Melvin Bragg en Pat Barker, leren ons trouwens ook dat het ‘binnensmokkelen’ van een eigen visie of een bespiegeling een extra dimensie kan toevoegen. Het werpt een perspectief op het verhaal dat de historische logica overstijgt. Jezelf, als onderzoeker, op deze wijze in beeld brengen werd door Marc Jacobs en Gerard Rooijakkers omschreven als reflecteren: “… de wereld  die wij waarnemen wordt gekleurd door onze culturele constructies en door onze mentale categorieën. Ik [Rooijakkers] denk, anders dan E.P. Thompson dat er niet een werkelijkheid ‘ad such’ bestaat. Wij en diegenen die na ons komen kunnen, bijvoorbeeld, nog andere dingen in de ‘working class culture’ zien dan E.P. Thompson erin zag.” (*)

(*) Bart De Nil, "Wij willen met cULTUUR liever het eerste dan het laatste woord over iets zeggen". Een gesprek naar aanleiding van de lancering van cULTUUR, Tijdschrift voor etnologie. In: Brood & Rozen, 10 (2005) 3, p. 102.

Bart De Nil