Beleving en wayfinding in musea

Op donderdag 18 januari organiseerde FARO een vorming over beleving en wayfinding in musea. Beleving, routing en wayfinding bepalen immers mee de totaalervaring van bezoekers in musea. Net daarom zijn het vandaag zo'n belangrijke aandachtspunten in ruimtelijke en museale ontwikkelingen.

Gastsprekers Ann Petermans (UHasselt) en Luciana Mattiello (Studio MDA) werden uitgenodigd om te reflecteren over het thema en oplossingen toe te lichten voor concrete museumcases. Een verslag.

Architectuur wordt niet enkel beoordeeld op intellectuele of esthetische kenmerken maar ook op de beleving en ervaring van bezoekers. Petermans' lezing Beleving en musea maakt duidelijk dat ‘experience’ een complexe term is met meerdere lagen die zich manifesteert in verschillende domeinen van de economie, zo ook in musea.

"In het Nederlands heb je verschillende woorden voor de vertaling van het woord experience, zoals beleving, belevenis en ervaring. Het kan gaan over een kortstondige gebeurtenis of een diepere betekenis omvatten. Ervaring is een term met de meeste geladenheid en diepgang" (Ann Petermans).

Er moet echter kritisch omgegaan worden met het vertalen van een belevingseconomie. Een experience kan zowel authentiek als kunstmatig zijn, en bovendien willen mensen in een economie meer zijn dan enkel consument. Ze streven doelen na die ze belangrijk vinden. In dat proces spelen emoties, bepaalde waarden en het zoeken naar betekenis een rol. Indien we inzetten op beleving als nieuwe bron van waardecreatie zal men hiermee rekening moeten houden. Musea zullen hun bezoekers nog beter moeten leren kennen en verwachtingen moeten trachten te vertalen in bepaalde concepten en ruimtes.

Een mogelijke tool om beleving in een ruimte te analyseren en te communiceren is het ‘Experience Web’ (zie afbeelding). Twintig elementen werden in het web opgelijst en dienen als reflectie voor zowel organisatie als ontwerper.

Om tot een gedifferentieerd museumlandschap te komen waarin men zich onderscheidt van anderen kunnen allerlei vernieuwende concepten rond het aspect beleving aan bod komen. Ann Petermans maakt echter duidelijk dat er wel een context ontworpen kan worden waarin experiences kunnen plaatsvinden, maar dat experience nooit zomaar ‘gecreëerd’ kan worden.

Een waardevolle experience hangt af van vele facetten, waaronder ook het utilitair aspect (een van de twintig onderdelen uit het Web). Daaronder valt o.a. Wayfinding. De weg vinden in een onbekende omgeving of ruimte kan voor sommige mensen een stressvolle ervaring zijn. Een goede wayfinding is dan ook belangrijk. Ook in musea, zodat bezoekers ontspannen aan een bezoek kunnen beginnen of indien nodig snel de weg naar buiten of naar het toilet kunnen terugvinden.

"Wayfinding vergt structurele oplossingen en is veel meer dan het plaatsen van een totem in een inkomhal, het vraagt om een totaalaanpak" (Luciana Mattiello).

Wayfinding wordt in de volksmond het meest geïnterpreteerd als bewegwijzering, het navigeren van plek A naar plek B aan de hand van informatievoorziening. Wayfinding is echter breder en omvat eveneens het menselijk gedrag, gericht op het vinden van de weg. Mensen gebruiken immers kennis en ervaring gecombineerd met de geografische ruimte en (grafische) communicatie om de weg te vinden. Paul Mijksenaar omschrijft een aantal belangrijke aspecten en aandachtspunten van wayfinding aan de hand van een 4-C formule: Conspicuous, Clarity, Continuous en Consistency.

  • Conspicuous: signalisatie moet opvallen en bijvoorbeeld dwars op de looprichting van het publiek geplaatst worden.
  • Clarity: een heldere boodschap is nodig aan de hand van bijvoorbeeld een duidelijke typologie en kleurgebruik.
  • Continuous: informatie moet herhaald worden tot op het einde van de routing, tot op de bestemming.
  • Consistency: men gebruikt consequent steeds dezelfde woorden doorheen de hele routing.

(Bron: www.mijksenaer.com en www.youtube.com/watch?v=NXbSdVT-ydQ).

Een goede wayfinding is voor Luciana Mattiello eenvoudig, duidelijk en een onderdeel van de ontworpen ruimtelijke context. Het vergt structurele oplossingen en is m.a.w. veel meer dan het plaatsen van een totem in een inkomhal, het vraagt om een totaalaanpak. Daarom is het noodzakelijk om reeds vroeg in het ontwerpproces na te denken over deze problematiek. De werkmethode vangt aan door met alle betrokken partijen rond de tafel te zitten, een zicht te krijgen op het totaalproject waarna een strategisch plan kan ontwikkeld worden. De beste praktijkvoorbeelden in wayfinding zijn immers van bij aanvang mee geïntegreerd in het concept en de vormgeving van de ruimtelijke infrastructuur.

De lezing van Luciana Mattielle kan u hier nalezen enkele sfeerbeelden van de deelnemers die werkten aan de cases hier.

Relevante literatuur:

  • Annick Schramme (ed.), Cultuur is beleven. De ervaringseconomie: zegen of vloek? Leuven, Lannoo, 2014.
  • Joseph Pine & James Gilmore, The Experience Economy. Work is Theatre & Every Business a Stage. Boston, Harvard Business Review Press, 1999.
  • David Gibson, The Wayfinding Handbook. Information Design for Public Places. NY, Princeton Architectural Press, 2009.

Foto's:

  • Main Hall, Vienna Technical Museum, Design: Bleed (bron)
  • The Experience Web: Ann Petermans, Wim Janssens & Koenraad Van Cleempoel, 'A Holistic Framework for Conceptualizing Customer Experiences in Retail Environments', in: International Journal of Design, vol. 7 -2 (2013), p.1-18.
  • Museum of Architecture (Wroclaw, PL), arch. Piotr Zybura -Wayfinding Marian Misiak - Kolektyff
  • Sfeerbeeld tijdens de workshop, FARO
Monique Verelst