Waarderen en duurzaamheid

Weegschalen in Caïro

Willen we ons erfgoed kwaliteitsvol beheren, dan lopen we bij heel wat aspecten aan tegen de noodzaak om het eerst te waarderen. Erfgoed waarderen vormt immers de basis voor een verantwoord en duurzaam erfgoedbehoud en -beheer. Ons cultureel erfgoed bewaren voor de toekomst, vraagt een antwoord op heel wat uitdagingen.

We hebben de opdracht het te

  • verzamelen,
  • onderzoeken,
  • zorgvuldig te bewaren en beschermen tegen verval en
  • het toegankelijk te maken voor bezoekers en onderzoekers.

Indien we prioriteiten willen stellen om deze functies te vervullen, dan komen we vanzelfsprekend bij de vraag naar de waarde van dat erfgoed en de betekenis die het in onze huidige samenleving heeft. Het is immers onmogelijk en weinig duurzaam om al dat erfgoed op hetzelfde niveau te benaderen. 

In het waarderen van erfgoed staat een dialoog met alle belanghebbenden centraal

De waarde van erfgoed is niet objectief en verandert naarmate het tijdsbeeld verandert. Vanuit verschillende invalshoeken geven we er een andere betekenis aan (en een andere waarde). Om een verantwoord en actueel draagvlak te hebben voor kwaliteitsvol erfgoedbeheer, is het belangrijk dat we alle belanghebbenden laten spreken over de betekenis en laten participeren in het bepalen van de waarde die het heeft.

Ongekend is ook onbemind … Een waardering kan een nieuw leven geven aan erfgoed dat voordien niet genoeg bekend was en dat in het licht van onze huidige samenleving een nieuwe dimensie krijgt. In die zin krijgen bijvoorbeeld objecten die reeds lange tijd zijn ‘vastgeroest’ in het depot, opnieuw een betekenis en worden andere minder relevant voor onze huidige leefwereld.

Gewichten

Niet alleen de erfgoedwerkers en enkele vooraanstaande experten beslissen over de waarde van erfgoed, maar evenzeer de samenleving die het erfgoed als gebruiker ervaart en er een waarde aan geeft in de context waarin het is vervaardigd, los van de (cultuur)historische waarde. Naast deze maatschappelijke waarde en op dezelfde hoogte als de cultuurhistorische waarde is ook de stem van alle ‘externen’ (bv. museumbezoekers) die het erfgoed willen beleven en er een bijzondere waarde aan hechten, van groot belang.

Het betrekken van externen bij het toekennen van de waarde aan erfgoed, is het vernieuwende van het waarderingsproces en bij uitstek een kenmerk van duurzaamheid. Verzamelen / bewaren / onderzoeken zonder rekening te houden met een publiek is weinig duurzaam en mist relevantie. Waarderen geeft erfgoed een nieuwe dimensie, zo scheppen we een breder draagvlak en een relevant kader voor het erfgoed dat we bewaren voor nu en voor de toekomst (voor zover we in de toekomst kunnen kijken ...). In die zin is het een vorm van duurzaam erfgoedbeheer, omdat we ons erfgoed belichten in functie van de betekenis nu en de relevantie op lange termijn.

Preventief conserveren, maar eerst waarderen

Grafiek

Een waardering is het startpunt van een risico-analyse. Indien we een gefundeerde risico-analyse uitwerken, dan staat dit in verhouding tot de waarde die we aan het erfgoed hechten. De risico's zijn steeds dezelfde maar wegen nu eenmaal zwaarder door bij een topstuk dan bij een object dat minder uniek is. Als we het erfgoed evenwaardig beschermen tegen alle vormen van schade, dan lopen de kosten hoog op en zijn de beoogde maatregelen niet haalbaar met als gevolg het gevaar dat we ontmoedigd blijven stilstaan en dan maar niets ondernemen. Aan een risico-analyse is ook een kosten-batenanalyse verbonden, wat rechtstreeks in verbinding staat met een waardering en met duurzaamheid.

Klimaatbeheersing bedenken we eveneens in het licht van een waardering naast onder meer de noden van de collecties, de mogelijkheden van het gebouw, het comfort van de bezoekers … Indien het erfgoed minder gevoelig is voor klimaatfluctuaties en een te hoge of te lage relatieve vochtigheid heeft en bovendien niet erg waardevol is, is het onverantwoord en allesbehalve (ecologisch) duurzaam om ingewikkelde en energieverslindende klimaatinstallaties te implementeren. Ook bij historische gebouwen klopt het niet om ten koste van het gebouw zware bouwkundige aanpassingen door te voeren als het erfgoed minder waardevol is dan het gebouw zelf. Gevoelige objecten en topstukken kan je ook in een gunstig microklimaat bewaren/beschermen.

In de keuze naar een juiste belichting van objecten (bescherming tegen schadefactor licht en straling), is er eveneens een evolutie waarbij men niet meer alleen rekening houdt met de gevoeligheden van het materiaal, maar evenzeer met de waarde die eraan wordt gehecht. Licht veroorzaakt altijd schade, zelfs bij kleine hoeveelheden. Lichtschade is cumulatief en onomkeerbaar. In het onderzoek naar de belichtingssterkte, uv-reductie, belichtingsdosis en het belichtingsregime voor erfgoed, houden we rekening met schade-acceptatie. Dan moeten we naargelang de waarde die we aan het erfgoed hechten, kiezen voor een juist waarneembare verandering in 10, 25, 50 of pas na 100 jaar. Hoe waardevoller het erfgoed, hoe minder snel we die schade accepteren en hoe strenger de belichtingseisen.

In een calamiteitenplan (bereddering erfgoed in noodsituaties) hoort een prioriteitenlijst. Dit is een lijst van erfgoed dat in een noodsituatie eerst dient veilig gesteld te worden. De prioriteitenlijst bestaat uit een soort van ’top 10’ (‘best of’, ‘hitlijst’) van de meest waardevolle objecten in een collectie. Hier duikt opnieuw de noodzaak van een waardering op.

Niet alleen voor het behoud van erfgoed, ook in het beheer/beleid ervan is waarderen een belangrijke stap

Collectiebeherende erfgoedorganisaties worden aangespoord om een collectieplan of collectiebeleidsplan uit te schrijven. Dit plan omvat onder meer de context en de historiek van de collectie, de registratie, het gebruik van de collectie maar ook de collectievorming of het verzamelbeleid. In het verzamelbeleid wordt de aangroei van de collectie scherpgesteld en komt uiteraard ook het aspect waarderen aan bod. Wat je verzamelt, leg je vast in het collectieprofiel. Een waardering op collectie- of deelcollectieniveau laat toe de rode draad in de collectie te ontdekken waardoor het verzamelbeleid helder wordt. Op die manier kan je ook beter prioriteiten stellen voor de hele erfgoedwerking in je eigen organisatie.

Wat minder goed past in je eigen collectieprofiel, is minder waardevol in je eigen organisatie maar kan dat des te meer zijn in een andere collectiebeherende organisatie. Daarom zou een waardering ook collectiemobiliteit  bespreekbaar of mogelijk moeten maken; namelijk als een voorwerp actief kan worden ingezet in een andere erfgoedbeherende organisatie, dan kan je overwegen om het in bruikleen te geven.

In die zin is erfgoedbeheer duurzaam omdat het over de grenzen van de eigen organisatie nadenkt over de relevantie van objecten voor andere collecties die niet (meer) in het eigen collectiebeleid passen. Het eerste iPhone-model heeft bijvoorbeeld een hogere waarde in de collectie van een designmuseum dan in een museum voor schone kunsten. Collectiemobiliteit is juridisch complex, maar we willen hierbij alvast een lans breken voor bijvoorbeeld langdurige bruikleenovereenkomsten.

Conclusie

Zetten we al deze toepassingen van een waardering samen, dan komen we tot de vijf functies die in het Cultureel-erfgoeddecreet van 24 februari 2017 worden gedefinieerd als de basistaken in de cultureel-erfgoedwerking: ‘Herkennen en verzamelen; Behouden en borgen; Onderzoeken;  Presenteren en toeleiden; Participeren.’

Houden we al deze toepassingen van waarderen in het licht van de duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals, uitgewerkt door de Verenigde Naties en te bereiken tegen 2030), dan komen we tegemoet aan enkele doelstellingen:

SDG's
  • Doelstelling 7 | Betaalbare en duurzame energie: klimaat- en lichtbeheersing;
  • Doelstelling 9 | Industrie, innovatie en infrastructuur: innovatie door een vernieuwde participatieve kijk op erfgoed, duurzame infrastructuur in verband met de nieuwe klimaatrichtlijnen;
  • Doelstelling 11 | Duurzame steden en gemeenschappen (o.a. inclusie): participatieve karakter van een waarderingsproces;
  • Doelstelling 13 | Klimaatactie: klimaatbeheersing in het licht van de nieuwe klimaatrichtlijnen;
  • Doelstelling 17 | Partnerschap om doelstellingen te bereiken: participatieve karakter van een waarderingsproces.

Wat houdt u nog tegen om te starten met waarderen?

Meer lezen

  • Reducing risks to Heritage. International Meeting 28-30 november 2012 (RCE, CCI, ICCROM).  Program and Abstracts, Amersfoort, 2012.
  • Agnes BROKERHOF, Digitale Handboek Collectierisicomanagement, Rijksdienst Cultureel Erfgoed Nederland
  • Agnes BROKERHOF, Bart ANKERSMIT en Frank LIGTERINK, Risicomanagement voor collecties, Rijksdienst Cultureel Erfgoed Nederland
  • Waarderingstool Quantitative Value Assessment ontwikkeld door José Luiz Pedersoli (nog niet gepubliceerd, later meer over deze waardevolle tool)
  • Step 2, Valuing heritage assets, in B. ANKERSMIT en M. STAPPERS, Managing Indoor Climate Risks, Springer, 2016.
  • Het beperken van lichtschade aan museale objecten: lichtlijnen, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2005.
  • www.depotwijzer.be/collectieplanning
Anne-Cathérine Olbrechts