Erfgoedcel Brugge en vzw Spermalie/De Kade ronden pilootproject waarderen af

Foto: (c) Erfgoedcel Brugge

Erfgoedcel Brugge en Spermalie/vzw De Kade besloten een tijd geleden om samen werk te maken van een waarderingstraject rond de collectie hulpmiddelen voor mensen met een visuele beperking. Het doel? De collectie beter leren kennen, ze grotere bekendheid geven en tegelijkertijd ervaring en vertrouwdheid opbouwen met waarderen. Het pilootproject kreeg als titel: Geen blinde vlek meer: naar een grondiger kennis en een grotere bekendheid van de collectie hulpmiddelen voor mensen met een visuele beperking.

Waarderen, maar eerst registreren

Vooraleer de collectie kon gewaardeerd worden, moest ze eerst worden geregistreerd. In februari 2018 werd die basisregistratie door vrijwilligers afgerond en online beschikbaar gesteld op de websites Erfgoedinzicht en Erfgoed Brugge.

Dankzij eerdere projecten over religieus erfgoed en het registratieproject in Spermalie was Erfgoedcel Brugge vertrouwd met registratietechnieken. En ook over waarderen was er al enige ervaring aanwezig, naar aanleiding van een eerder traject in de Sint-Franciscus van Assisikerk.

In de startblokken

Tot het kernteam behoorden de trajectbegeleiders Ina Verrept (Erfgoedcel Brugge) en Jasmien Van Tieghem (vzw De Kade), inhoudelijke experten (voormalige directeur en huidige medewerker Spermalie) en een methodologisch expert registratie en waardering.

Daarnaast werd een klankbordgroep samengesteld. Daarin zetelden vertegenwoordigers van verschillende actoren die werken met personen met een visuele beperking, vertegenwoordigers uit cultureel-erfgoedorganisaties die gelijkaardige collecties beheren en een ervaringsdeskundige. De klankbordgroep zorgde voor een brede gedragenheid van het project. Ook tussen de bijeenkomsten door waren zij bereid om het kernteam te ondersteunen door informatie aan te brengen, plaatsbezoeken te organiseren en ervaringen uit te wisselen.

Tal van belanghebbenden (personen of groepen die een bijzonder belang hechten aan deze collectie, of aan de methodiek waarderen) werden tevens op verschillende manieren bij het project betrokken en aangetrokken via socialemediakanalen. Dit betrof zowel betrokkenen van Spermalie (leerlingen en oud-leerlingen, werknemers, ex-werknemers, vrijwilligers …), organisaties uit dezelfde sector als betrokkenen bij organisaties die vergelijkbare collecties beheren. Er werden plaatsbezoeken afgelegd, interviews afgenomen, gesprekken gevoerd, en er werd informatie uitgewisseld.

Na overleg met de klankbordgroep opteerde het kernteam voor een combinatie van twee waarderingsmethodieken. De toegepaste methodiek is hoofdzakelijk gebaseerd op Op de museale weegschaal. Omwille van het belang dat we binnen deze case hechten aan sociaal-maatschappelijke waarden zoals beleving en emotie, werden hieraan enkele criteria toegevoegd uit Reviewing significance 3.0. Inspirerend waren ook het Stappenplan religieus erfgoed en het concrete waarderingsformulier zoals gebruikt door het Centrum voor Agrarische Geschiedenis in het pilootproject waarderen Naar waarde geschat.

Criteria

Tijdens het traject werd steeds gepeild naar kenmerken en kwaliteiten, cultuurhistorische criteria, sociaal-maatschappelijke en gebruikscriteria. Er werd ook aangegeven of er - volgens het kernteam - al dan niet ontwikkelpotentieel was, en zo ja, in welke richting. Er werd gewerkt met scores in cijfers, die weliswaar niet tot een optelsom/uitgesproken eindconclusie leidden.

Participatief waarderen

Twee spilfiguren in het waarderingstraject waren de trajectbegeleider Erfgoedcel Brugge, Ina Verrept, en de trajectbegeleider Spermalie, Jasmien Van Tieghem. Zij werkten officieel respectievelijk halftijds en een vijfde aan het traject, gedurende een periode van een jaar.

Bedoeling was om vanaf dag één mensen met een visuele beperking te betrekken, onder andere via een vertegenwoordiging in het kernteam en de klankbordgroep. Ook huidige en vroegere personeelsleden van vzw De Kade werden betrokken, naast andere organisaties/scholen voor mensen met een visuele beperking en collectiebeheerders van gelijkaardige collecties. Ook het KADOC-KU Leuven en de KU Leuven namen deel. We vonden het belangrijk om samen met al deze partners het traject af te leggen.

Resultaten

Van bij de start van het traject werd vooropgesteld dat we aan de hand van de waardering de collectie beter wilden leren kennen en bekender maken. Participatie aan de waardering door mensen met een visuele beperking speelde hierin een grote rol, met een sterk accent op waarderingscriteria die naar hun beleving en emoties peilden. Uit de waarderingstabel en de waardenstellingen blijkt dat dit tot verrassende resultaten heeft geleid. De aanwezigheid van ‘verschillende werelden’ binnen het kernteam (pedagogen, erfgoeddeskundigen, ervaringsdeskundigen) leidde tot evenveel uiteenlopende reacties en ‘waarderingen’.

Oude voorwerpen met een hoge cultuurhistorische waarde bleken vaak geen beleving of emotie op te roepen, en omgekeerd. Objecten/deelcollecties die bij een meer eenzijdige waardering wellicht uit de boot zouden vallen als het om presentatie voor het grote publiek draait, bleken toch een grote rol te kunnen spelen (bv. in een tentoonstelling of een (ander) educatief opzet). Dit is een van de meest opvallende resultaten van de waardering en iets dat zonder twijfel invloed had op uitspraken over het ontwikkelpotentieel.

Meer info

Tekst: Ina Verrept

Foto: (c) Erfgoedcel Brugge

Anne-Cathérine Olbrechts