Hoe start je een Buurten met erfgoed-project?

Coverbeeld publicatie 'De wereld begint in de schoolbuurt: handboek voor trekkers Buurten met erfgoed'

Buurten met erfgoed neemt leerlingen van de lagere of secundaire school mee op reis in hun eigen schoolbuurt. Want wedden dat leerstof zoveel krachtiger wordt als je er je eigen omgeving en haar erfgoed bij betrekt? Je creëert realistische contexten die voor de kinderen relevant en levensecht zijn en die blijven nazinderen.

Buurten met erfgoed laat lokale erfgoedpartners een schooljaar lang samenwerken met leerkrachten. Als trekker of coördinator ga je lokaal met de methodiek aan de slag zodat (lokale) erfgoed- en onderwijspartners op projectbasis met elkaar kunnen samenwerken. 

De kracht van Buurten met erfgoed schuilt in het duurzame effect:

  • leerkrachten en erfgoedpartners leren elkaar kennen en weten elkaar ook na het project te vinden.
  • erfgoedpartners krijgen een beter zicht op hoe leerkrachten werken en welke doelen ze moeten behalen.
  • leerkrachten maken kennis met lokale erfgoedpartners die hen kunnen ondersteunen als ze aan de slag willen met het (lokale) erfgoed.

Aanpak

  1. Buurten met erfgoed start altijd met iemand die het initiatief neemt. Dat kan bv. een medewerker van een erfgoedcel zijn, of een cultuurbeleidscoördinator ...
  2. Hij of zij brengt vervolgens lokale erfgoedpartners en scholen bij elkaar. Deze groep komt vier keer samen onder begeleiding van een procesbegeleider of coach. De bijeenkomsten worden over het schooljaar gespreid.
  3. Gaandeweg creëren ze samen lesactiviteiten rond het lokale erfgoed. Die activiteiten kunnen allerlei vormen en maten aannemen. De leerkrachten hebben immers de vrijheid om ze naar eigen vermogen en naargelang de interesses van de kinderen (of van zichzelf) in te vullen. Dat maakt van Buurten met erfgoed een traject ‘op maat’ van iedere school of leerkracht. En dat is een belangrijke voorwaarde.

De procesbegeleider of coach geeft input en feedback tijdens de bijeenkomsten, vooral ook over de didactische aanpak. Idealiter hebben de lessen en activiteiten een zintuiglijke (ruiken, zien, voelen, horen en proeven), een affectieve (emoties, gevoelens) en een cognitieve component (denken, redeneren) die met elkaar in evenwicht zijn.

De leerlingen hebben de ruimte om zelf te exploreren en eigen kennis en interesses in te brengen. Ze kunnen verschillende perspectieven verkennen en met anderen in dialoog gaan. Ze krijgen de kans om hun informatievaardigheden te oefenen. Tijdens de activiteiten en bij de presentatie van de resultaten doen leerlingen een beroep op spreek-, schrijf- en sociale vaardigheden als samenwerken en communiceren.

Het educatief proces staat centraal, niet het eindresultaat. En ook de reflectie uiteraard: over het erfgoed, de buurt, over verleden en toekomst … De theorie van Cultuur in de spiegel, en meer specifiek de vier culturele vaardigheden (waarnemen, verbeelden, analyseren, conceptualiseren), wordt gebruikt als ondersteunend kader bij het ontwikkelen van lessen en activiteiten.

En wat gebeurt er dan in (of buiten) de klas? Erfgoededucatie zweert niet bij één bepaalde didactische aanpak, maar bij een combinatie van methodieken. Uiteindelijk kan je op verschillende manieren naar erfgoed kijken: filosofisch, kunstzinnig, taalkundig, geschiedkundig, intercultureel ... Je kan daarbij verschillende werkvormen inzetten: verhalen, verhalend ontwerpen, filosoferen, kritisch en creatief denken, systeemdenken, kunstinitiatie, het maken van een omgevingsboek ... Leerlingen kunnen tellen, tekenen, grafieken of plattegronden maken, een interview afnemen, zoeken naar de betekenis van gevelopschriften ...

De voorbije schooljaren liepen er Buurten met erfgoed-trajecten in verschillende gemeenten. Leerkrachten van de tweede graad van de basisscholen en lokale erfgoeddeskundigen werkten er al diverse erfgoedactiviteiten uit die worden beschreven op de website www.buurtenmeterfgoed.be.

Zelf aan de slag

Even uitzoomen: waarom leerlingen bewustmaken van (het erfgoed in) de omgeving?

Kinderen en jongeren kennen vaak maar een deel van hun omgeving omdat ze ook maar een deel ervan gebruiken. Sommige dingen merken ze niet op. Omdat ze er nog nooit bewust naar gekeken hebben, of omdat niemand hen er ooit attent op maakte: structuren van gebouwen, de evolutie van een landschap, een standbeeld, de betekenis van een straatnaam, de planten tussen stenen en muren …

Een reis in de schoolbuurt brengt leerlingen kernbegrippen en basisinzichten bij. Ze daagt leerlingen uit om kritisch om zich heen te kijken, hun omgeving te interpreteren, zich vragen te stellen, naar antwoorden te zoeken en die door eigen onderzoek te vinden. Ze oefenen denk- en redeneerwijzen in die ze ook op andere terreinen en in andere omgevingen kunnen toepassen.

Erfgoededucatie is een manier om naar de complexiteit van de dingen te kijken. Het heeft geen zin om voor de leerlingen die complexiteit te vereenvoudigen, wel om hen verbanden te leren zien en hen met die complexiteit te leren omgaan. Kinderen en jongeren komen tot het inzicht dat er voor een probleem verschillende oplossingen zijn, dat die oplossingen tijdelijk zijn, dat keuzes afhangen van bepaalde maatschappelijke evoluties of van de ogen waarmee je naar de wereld kijkt. Hiermee begeeft erfgoededucatie zich eveneens op het terrein van educatie voor duurzame ontwikkeling, en het systeemdenken.

Uit de eigen omgeving pikken kinderen en jongeren dingen op die ze later met andere omgevingen of aspecten ervan kunnen vergelijken. Als je je leerlingen het erfgoed in de eigen omgeving leert zien of de eigen omgeving leert ‘lezen’, kunnen ze dat vlugger met andere omgevingen, later met de grote wereld. Een bezoek aan een verre stad wordt pas zinvol als je eerst de mechanismen van je eigen omgeving kent. Wereldburger worden begint met aandacht voor je eigen omgeving.

Door kennis, inleving en verbeelding identificeren leerlingen zich met personen die in een ander tijdvak leefden of met mensen met een andere sociale, culturele of etnische achtergrond. Erfgoededucatie gaat op zoek naar ‘multiple identities’ of meerstemmigheid. Ze bevordert de reflectie op de eigen cultuur maar speelt ook in op de cultureel en sociaal diverse achtergronden van de leerlingen in de klas.

Partners

Het initiatief van Buurten met erfgoed startte oorspronkelijk vanuit het Agentschap Onroerend erfgoed. Al gauw werd het een partnerschap, een samenwerking van Bamm, FARO, Histories, Educatie voor Duurzame Ontwikkeling van het Departement Omgeving, CANON Cultuurcel van het Departement Onderwijs en Vorming, Herita, provincie Oost-Vlaanderen, Erfgoedcel Pajottenland en Zennevallei, Erfgoedcel VGC Brussel en Cera.

Meer lezen

Onderdelen van bovenstaande teksten over Buurten met erfgoed vind je ook in: J. Van den Bossche, 'Boeken toe en naar buiten', in: faro | tijdschrift over cultureel erfgoed, (2018)1, p. 18-21.

Extra leestip over erfgoed en/in onderwijs: H. Van Genechten en K. Van Iseghem, Verbeelding is ook een van de manieren waarop je met erfgoed omgaat | In gesprek met Barend van Heusden, website Cultuurkuur.be.