O Monde aveugle! Muziek van de Apocalyps


De 14e eeuw:  de tijd van de Zwarte Dood en de naderende Apocalyps. Het Vlaamse  vocaal-instrumentaal ensemble Zefiro Torna maakte er een nieuw productie over, ‘O Monde aveugle!’ De titel verwijst naar verzen van Michelangelo Buonarotti: “De wereld is verblind, en door ’t verdriet / mist zij de kracht om ’t goede na te streven; gedoofd is ’t licht der waarheid, en verheven / de valse waan, die niemand uitkomst biedt.”  Armoede in de overtreffende trap.

Een citaat uit het 14e eeuwse Ierland zet de toon: “De plaag plunderde dorpen, steden en kastelen leeg van hun inwoners tot er nog amper iemand leefde. De pestilentie was zo besmettelijk dat als je een dode of een zieke aanraakte meteen zelf besmet werd en stierf. De boeteling en de biechtvader bracht men samen naar hun graven. Door hun angst en afschuwen kon men zich er nauwelijks toe brengen om een vroom en menslievend iets zoals een ziekenbezoek of een begrafenis bij te wonen. Velen stierven aan de etterbuilen, abcessen en puisten die barstten op de benen en onder de oksels. Anderen stierven van de razernij, veroorzaakt door een geestelijke instorting, of door het overgeven van bloed. Dit verbijsterende jaar was onbegrijpelijk, het was buitengewoon en dubieus: je beleefde je prille jeugdjaren doordrongen met ziekte en de dood…  Zelden stierf er slecht één persoon in een huishouden. Meestal verloren man, vrouw, kinderen en personeel op dezelfde manier het leven.”

Naast de pestpandemie stortte ook nog eens de landbouwproductie compleet in.  De ‘Grote Hongersnood’ van c. 1315-1317 was de eerste uit een reeks van grootschalige crises, waardoor Europa in die 14e eeuw werd getroffen. De grote hongersnood kostte miljoenen mensen het leven en markeerde een duidelijk einde met de er aan voorafgaande periode van groei en welvaart vanaf de 11e tot en met de 13e eeuw. De hongersnood begon met zeer nat weer in het voorjaar van 1315, wat zich datzelfde jaar al vertaalde in een reeks misoogsten. Datzelfde scenario herhaalde zich het jaar nadien. Pas in de zomer van 1317 knapte het weer op. Europa wist zich pas rond 1322 volledig te herstellen. Het was een periode die gekenmerkt werd door een extreme mate van criminaliteit, ziekte, massasterfte en zelfs kannibalisme  en kindermoord.


Het is in deze context dat ‘O, Monde aveugle’ kan gesitueerd worden. ‘O Monde aveugle’ gaat over armoede in de brede zin van het woord, zoals het verval van de beschaving, de natuur die ontspoort (natuurrampen, sterren aan het uitspansel), het lelijke dat gecultiveerd wordt, hongersnood en vooral... geestelijke armoede. Veelzeggend is het gedicht La Gola,  uit de Canzonieri van de Italiaanse dichter Francesco Petrarca (1304-1374).


Vraatzucht en slaap en lege vadsigheid
hebben van de aarde elke deugd verdreven,
en door de waan der dagen afgeschreven
lijkt de natuur haar spoor volledig kwijt.

Gedoofd is 't sterrenlicht, dat wijd en zijd
weldoend gestalte gaf aan 's mensen leven,
en spotternij en hoongelach omgeven
wie zich aan schrijven of aan dichten wijdt.

Wie taalt er nog naar mirte of lauwertak?
De op winst beluste massa roept misprijzend:
Och Wijsheid, jij bent arm en naakt en zwak!'

Edelgestemde geest, jij die al reizend
dikwijls alleen zult zijn, ik wil je vragen
om op je hoge tocht niet te versagen.


Maar ‘O, Monde aveugle’ is geen louter moraliserend programma en gaat niet alleen maar over destructie en ellende. Tijdens het concert komen ook de carnavaleske en scabreuze elementen aan bod, want die waren er in die tijd ook volop. Om hun angst te vergeten, gaven veel mensen zich over aan seks, drank en vraatzucht en dichters en schrijvers staken regelmatig de draak met kerk en maatschappij. Lof der zotheid, met andere woorden, met ook duidelijke parallellen met onze eigen tijd. Zo is er in het concert een dubbelzinnig lied te horen, waarin Priapus, de god van de vruchtbaarheid, de mensen uitnodigt om ‘zijn tempeltje’ te bezoeken. Dit soort dwaze en humoristische liederen werden door alle componisten geschreven. Van de 16e-eeuwse Clemens non Papa, een componist beroemd om zijn devote missen en motetten, wordt een contreblason uitgevoerd, een populair dichtgenre, waarin uitgebreid wordt ingegaan op de lelijkheid van vrouwen. In het lied beschrijft hij hangborsten die je over je schouder kunt gooien en waar je je neus in kunt snuiten.

Na de perfect gecomponeerde lolligheid volgt de verstilling. Onder andere met liefdesliederen en klaagliederen van onder anderen Johannes Ciconia en Christóbal de Morales, waarin de mens God aanklaagt. Opstand, levenslust, angst en wanhoop klinken door in virtuoze snelle stukken met onregelmatige Balkanritmes. Uiteindelijk wordt de muziek harmonieuzer en dansanter en klinkt tegen het slot een blason, de tegenhanger van de contreblason. Het is een prachtig loflied, ‘l’ultime chant’ van de twintigste-eeuwse chansonnier George Brassens op de vrouw.

Op donderdag 11 november stelt Zefiro Torna haar nieuwe productie en cd voor in Amuz, het Internationale Muziekcentrum in hartje Antwerpen. Alle informatie over deze productie vind je op de website van Zefiro Torna, waar je ook al een paar fragmenten van de nieuwe cd kan beluisteren.

Afbeeldingen:
Foto van het ensemble Zefiro Torna, en de cover van het album © Lieven Dirckx
De Apocalyps in een ‘Biblia Pauperum’, geïllumineerd in Erfurt ten tijde van de Grote Hongersnood. De Dood (‘Mors’) zit schrijlings op een leeuw, waarvan de lange staart eindigt in een bal van vuur, die de hel voorstelt. Hongersnood (‘Fames’) wijst naar haar hongerige mond.

Leestips:
Meer info over de Zwarte Dood in Europa vind je op de pagina’s van de BBC, waarvan ook het Ierse citaat komt. De vertaling is van de jonge historicus Pieter Serrien.
Lees meer over de Grote Hongersnood op Wikipedia. Meer tekst en uitleg over 'O Monde aveugle' vind je in het persdossier, dat je hieronder kan ophalen.

-    BAUER (Raoul), Tussen rampspoed en vernieuwing : een Europese cultuurgeschiedenis van de veertiende en de vijftiende eeuw, Kapellen, Pelckmans, 2004, 374p.
-    DUBY (Georges), Geschiedenis van het persoonlijk leven. 2 : van het feodale Europa tot de renaissance, Amsterdam, Agon, 1988, 558p.
-    LE ROY LADURIE (Emmanuel), Montaillou, een ketters dorp in de Pyreneeën : (1294-1324), Amsterdam, Bert Bakker, 1986, 500p.
-    BLOCKMANS (Willem Pieter) en PREVENIER (Walter), Armoede in de Nederlanden van de 14e tot het midden van de 16e eeuw : bronnen en problemen, in:  Tijdschrift voor geschiedenis. - (1975)4; p. 501-538.