De overval op het XXe Konvooi

In Boortmeerbeek, een kleine landelijke gemeente tussen Mechelen en Leuven, vlak naast de spoorlijn die beide steden met elkaar verbindt, staat op een pleintje een sober monument. Dit staat erop te lezen: “Vriend voorbijganger, / toon eerbied voor deze heldhaftige handen, / zij hebben hen gered, / die door krachten van het kwaad / naar de hel werden gezonden.” Het werd in 2005 opgericht ter nagedachtenis van de overal op Transport XX, een uniek feit uit de geschiedenis van de Holocaust en het verzet.


In 1940 leven er in België circa 70.000 joden. Ongeveer 40% van hen wordt via de Dossinkazerne in Mechelen gedeporteerd. Vanaf de zomer van 1942 tot de zomer van 1944 verlaten achtentwintig treinkonvooien het verzamelkamp Dossin. Ze brengen 25.496 joden maar ook 351 zigeuners naar Auschwitz-Birkenau.   

Stormlamp

Op 19 april 1943 vertrekt het XXe konvooi met 1.612 slachtoffers richting Auschwitz. Dit konvooi is om meerdere redenen speciaal. Eerst en vooral is het een uitzonderlijk groot transport. Daarnaast worden de mensen voor de eerste keer in beestenwagons - “plaats voor acht paarden of veertig man” – vervoerd. Bij vorige konvooien waren het steeds derdeklasse treinwagons waardoor gedeporteerden makkelijker via de ramen konden vluchten. Ten slotte worden de wagondeuren bij konvooi XX extra beveiligd met prikkeldraad. Konvooi XX vervoert de jongste van alle joodse gedeporteerden. Suzanne Kaminski, nummer 215 op de deportatielijst, werd op 11 maart 1943 geboren en is dus pas enkele weken oud.

Transport XX verlaat de Dossinkazerne rond 23u. Op het traject Mechelen-Leuven, tussen de stations van Boortmeerbeek en Haacht, verplichten drie oud-studenten van het Atheneum te Ukkel, Georges Livschitz, Robert Maistriau en Jean Franklemon de trein door middel van een stormlamp bedekt met rood papier te stoppen. De drie zijn slechts gewapend met één revolver. Deze 'overval' is een uniek feit in de geschiedenis van de Holocaust. Nergens anders in Europa werd tijdens de Tweede Wereldoorlog een bevrijdingsactie uitgevoerd op een jodentransport.

Het XXe konvooi wordt begeleid door een commando van de Schutzpolizei dat speciaal uit Duitsland is gekomen. Zo’n commando bestaat uit één officier en 40 manschappen. Ondanks deze bewaking slaagt Robert Maistriau erin één treinwagon open te maken. Zeventien gevangenen kunnen vluchten. Terwijl de trein verder rijdt, ontsnappen ook tientallen gedeporteerden uit andere wagons. Enkele gevangenen hebben namelijk zagen, vijlen, tangen en ander materiaal in het stro verstopt. Met deze werktuigen worden enkele wagons van binnenuit geopend. In het totaal springen 234 personen van de trein: 26 van hen komen tijdens hun vluchtpoging om, 89 van hen worden terug gevat en op een volgend transport gezet. 118 gedeporteerden van transport XX slagen er in op vrije voeten te blijven.

De jongste vluchteling is amper 11 jaar oud en heet Simon Gronowski.  Hij zal door Belgen gered worden. Ook Regine Krochmal, een 22-jarige verpleegster uit het verzet, kan vluchten. Met een broodmes zaagt zij de houten stangen door die voor het verluchtingsgat in de wagon zijn aangebracht. Ze springt uit de rijdende trein vlak voor hij tot stilstand wordt gedwongen. Ook zij overleeft de  oorlog. Onder de  1.378 achterblijvers op het konvooi, zijn 242 kinderen.

Geruchten

Op 22 april 1943 komt Konvooi XX in Auschwitz aan. Tijdens de selectie worden er maar 521 stamnummers toegekend. Van de mensen die zo’n tatoeage krijgen, zullen er slechts 147 de oorlog overleven. De overige 857 gedeporteerden verdwijnen zonder één enkel spoor na te laten. Maar blijkbaar hebben de gedeporteerden het de SS-administratie bij de aankomst van de trein in Auschwitz-Birkenau niet gemakkelijk gemaakt.  Een telex van 29 april 1943 van de Reichssicherheitsdienst aan E. Ehlers, SS-Obersturmbannführer en chef van de Sipo-SD in België, doet veronderstellen dat er moeilijkheden waren:

Het kamp Auschwitz herhaalt, om voor de hand liggende redenen, zijn verzoek om op geen enkele manier voor hun vertrek de joden die op het punt staan geëvacueerd te worden, ook maar de minste verontrustende mededeling te doen over de plaats waar en de wijze waarop ze zoals voorzien gebruikt zullen worden. Ik vraag u hiervan akte te nemen voor tenuitvoerlegging. In het bijzonder dring ik aan op permanente orders aan de escorte om tijdens de reis geen enkele toespeling te maken, die aanleiding zou kunnen geven tot het oproepen van enigerlei verzet bij de joden, en geen enkel vermoeden op te wekken over de wijze waarop ze zullen gehuisvest worden. Wegens dringend uit te voeren werken, moet Auschwitz er belang aan hechten dat de ontvangst der transporten en hun latere indeling zoveel mogelijk probleemloos verlopen.” (Telex van 29 april 1943)

De geruchten over de 'Endlösung' hebben klaarblijkelijk weerstand en opstandigheid opgewekt onder de gedeporteerden. Na de aanval op het XXe konvooi wordt het commando versterkt met soldaten uit de wachtcompagnie van de dienst in Brussel. Zij reizen mee tot aan de Duitse grens.

19 april 1943, de dag waarop het XXe konvooi door drie jonge mannen werd overvallen, is een erg symbolische datum. Die zelfde dag barstte ook de opstand in het getto van Warschau los.

Welke verzetstrijders hebben zich onderscheiden in jouw gemeente? Hoe werden (en worden) zij herdacht?

Leestip:
STEINBERG, Maxime en SCHRAM (Laurence), Transport XX : Mechelen - Auschwitz, Brussel, VUBPress, 2008, 69p.
Meer info over de Holocaust in België vind je op de website van Kazerne Dossin.
Bekijk hieronder een kort filmpje over de herdenking van de overal, op zondag 25 april 2010. Je kan dit filmpje ook bekijken in de toegankelijke YouTube-player.

Foto's:
(bovenaan): Monument in Boortmeerbeek.
(onderaan, vlnr): Jean Franklemon, Regine Krochmal, Robert Maistriau, Simon Gronowski en Youra Livschitz (c) Kazerne Dossin