Klink klaar: in het AN of in je regionale taal

Klink klaar‘Klink klaar’, de uitspraak- en intonatiegids van de VRT verscheen zopas in een tweede, sterk herwerkte en uitgebreide editie. Voor mensen die bij de uitoefening van hun beroep afhankelijk zijn van hun stem, zoals presentatoren, acteurs, leraren en publieke sprekers allerhande, is kennis over en beheersing van dat werkinstrument een must. Bij de VRT worden scherm- en microfoonmedewerkers hiervoor bijgestaan door zogenaamde stemvormers. Eén van hen, dr. Bernadette Timmermans, schreef reeds enkele jaren geleden dit zeer praktijkgerichte hand- en oefenboek mét CD en herwerkte het nu ingrijpend. De titel mag evenwel als een brede oproep gelezen worden: iedereen doet er zijn voordeel mee om verstaanbaar te spreken via controle over de stem, uitspraak en intonatie. Dit doeboek leert u stapsgewijs hoe daaraan gewerkt kan worden.

Er was eens… de tijd toen er nog een Vlaamse culturele elite bestond die voor zichzelf de mythe creëerde dat het officiële Nederlands beschaafder zou zijn dan andere taalvarianten. Op basis van die waanidee werden enkele generaties Vlamingen via A.B.N.-propaganda opgezet tegen het talige erfgoed van hun eigen streek. Wat buiten de standaardnorm viel, werd toendertijd voorgesteld als onbeschaafd, verwerpelijk en dus uit te roeien. Van moderne ouders werd verwacht dat zij hun kinderen niet langer zouden opzadelen met het lokale dialect als minderwaardige taalvariëteit uit het verleden. De fata morgana van deze taalpolitieke periode uit de vorige eeuw was dan ook de doelstelling om van het algemeen Nederlands de enige, alomtegenwoordige spreektaal te maken, waarvan weldra alle Vlamingen zich in alle omstandigheden zouden bedienen.

De “zeg niet …, maar wel …”-lijstjes, die eigen waren aan deze taalideologie, hebben ondertussen pedagogisch allang afgedaan. Taalvariatie wordt tegenwoordig weer volop als een culturele rijkdom gezien en niet meer als een bedreiging voor de standaardtaal. Helaas heeft de variatieblinde doortastendheid van de ABN-ers van destijds ook geleid tot een even sterke afkeerreactie vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw ten aanzien van alles wat met correct taalgebruik te maken heeft. Het aanvaarden van en streven naar een praktijkbenadering van een taalnorm wordt in toenemende mate ingeruild voor een bijna absolute taaltolerantie. De zogenaamde tussentaal heeft de brede lacune ingevuld die gecreëerd werd door enerzijds het niet meer willen volgen van een opgelegde norm voor de officiële spreektaal en anderzijds het inmiddels niet meer kunnen spreken van een dialect of streektaal als informele spreektaal. Het Verkavelingsvlaams situeert zich qua woordenschat, grammaticale structuur en uitspraak tussen deze beide polen en wordt in nog steeds toenemende mate als een orale passe-partout ingezet, zowel in formele als in informele taalsituaties.

Als het gaat over het vlot beheersen van een aanvaardbare standaarduitspraak, dan is er vandaag voor negen op de tien Vlamingen toch wel werk aan de winkel. ‘Klink klaar’ maakt op een bevattelijke en zeer praktijkgerichte wijze duidelijk hoe je daaraan begint en waarover het dan precies gaat. Een opmerkelijke vernieuwing in deze herwerkte editie is het feit dat daarbij niet langer alleen de uitspraakkenmerken van het algemeen Nederlands beschreven worden, maar ook zogenaamde regionale uitspraakprofielen uitvoerig toegelicht worden. De belangrijkste uitspraakkenmerken van het Limburgs, Brabants, Antwerps, Oost- en Westvlaams worden dus eveneens beschreven en met voorbeelden geïllustreerd. De eerste doelstelling is daarbij om via een contrastieve benadering te vertrekken van de fouten die vanuit zo’n regionaal profiel tegen de standaarduitspraak gemaakt worden.

Maar deze nieuwe contrastieve aanpak heeft als welkom neveneffect dat tot op zekere hoogte ook de omgekeerde weg bewandeld kan worden. Wie zich bijvoorbeeld als niet-Westvlaming in Brugge wil integreren door zich ook in de informele regionaal gekleurde spreektaal te kunnen uitdrukken, kan het Westvlaamse regioprofiel in ‘Klink klaar’ ook lezen als een lijstje met te verwerven uitspraakkenmerken. Het visionaire Woestijnvisfilmpje met Wim Opbrouck en ‘Gilbert Deleeuw’ over ‘Ruute 98’ kan dus werkelijkheid worden.

Voor het eerst worden Algemeen Nederlands en regionaal taalgebruik in dit handboek evenwaardig naast elkaar geplaatst. Ze worden benaderd als taalvormen waartussen telkens weer gekozen moet worden en waarvan de specifieke uitspraakfinesses in beide gevallen geleerd, geoefend en bewust in de praktijk gebracht willen zijn. Bewuster met je uitspraak omgaan en via inzicht en training vooruitgang boeken: daar draait het in ‘Klink klaar’ allemaal om. De succesvolle verkoopscijfers tonen aan dat we dit blijkbaar stilaan toch als een onverdacht streefdoel durven zien. Als deze publicatie kan bijdragen tot meer maatschappelijke waardering voor de variatiebreedte waarmee Vlamingen alleen al op autochtoon taalvlak gezegend zijn en tot meer bereidheid om zowel formeel als informeel bewuster te spreken, dan zou het mooi zijn mocht dit boek weldra zeer veelvuldig gebruikt worden door alle Nederlandstalige Belgen.

‘Klink klaar. Uitspraak -en intonatiegids voor het Nederlands’, telt 124 pagina’s en een CD, verscheen bij Davidsfonds Uitgeverij en kost 24,95 euro (ISBN 978 90 5826 550 0)

Rob Belemans