Vlaamse delegatie op ICOM-congres in Kyoto

Vier Japanse vrouwen tijdens theeceremonie, anoniem, ca. 1870 - ca. 1900 via Rijksstudio, publiek domein

De 25e General Conference van ICOM ligt intussen al enkele weken achter ons. Het is nu wachten op de volgende stappen die door ICOM en het Bijzondere Comité rond de museumdefinitie, het zogenaamde ‘MDPP’, zullen worden gezet. Een goed moment dus om te peilen bij Sergio Servellón, voorzitter van ICOM-België, wat volgens hem die volgende stappen zullen zijn. Vervolgens vragen we ook aan een aantal andere landgenoten naar hun impressies.

Sergio, de discussie over de ICOM-definitie in Kyoto heeft geleid tot … uitstel van beslissing. Wat gebeurt er nu? Gaat het MDPP verder aan de slag?
Sergio: “Dat is niet geheel duidelijk en we zullen er als nationaal comité over moeten waken dat dezelfde methodologische fouten (zie ook de vorige blogposts - zie verder) niet worden herhaald. Het voorstel van ICOM-België is om te vertrekken van de vijf voorstellen die het MDPP in eerste instantie opmaakte en voorstelde aan de Executive Board van ICOM. Die voorstellen werden niet publiek gemaakt. Maar men zou dat dus nu wel kunnen doen, en ze als basis gebruiken voor nieuwe gesprekken. De methodologie moet dan glashelder zijn, net als het participatief proces, en met respect voor de input van alle stakeholders. Pas dan kunnen syntheses worden gemaakt en voorstellen voor een nieuwe museumdefinitie vorm en draagvlak krijgen. En zo vermijden we ook ‘schijn-participatie’. Uiteindelijk moet eender welk voorstel breed gedragen en gemandateerd zijn, waardoor de stemming zelf bijna een formaliteit wordt.”

Hoe worden de nationale comités en de internationale comités verder betrokken in het proces? Is daar al duidelijkheid over?
Sergio: “We bevinden ons nu dus in een patstelling. Het probleem is dat de nationale comités geen overlegorgaan hebben buiten de Algemene Vergadering. Er is weliswaar een woordvoerder voor de nationale comités. Maar die heeft alle krediet verloren. Hij had in Kyoto de opdracht om een werkgroep voor de nationale comités te lanceren. Dit is echter niet gebeurd. Momenteel wordt er druk uitgeoefend om dit alsnog voor elkaar te krijgen. De internationale comités, die werken rond inhoudelijke thema’s (denk aan hedendaags verzamelen, stadsmusea, museummanagement, museologie …), daarentegen hebben wel een goed functionerende werking. De vraag blijft wel hoe al deze comités de krachten kunnen bundelen en – dat moet gezegd, tijdrovend – lobbywerk kunnen doen. Dat is echt niet eenvoudig.”

Oproep: sluit u aan bij een internationaal comité!

De discussie over de ICOM-museumdefinitie toonde het belang aan van de nationale comités. Ook ICOM-België heeft zich geroerd in de internationale discussies. In verhouding was er wel slechts een kleine (maar enthousiaste) delegatie uit Vlaanderen aanwezig. Dat blijkt uit de reacties die verder in dit blogbericht zijn opgenomen. Heeft ICOM-België plannen om het aantal leden dat deelneemt aan deze conferenties op te krikken? En zo ja: hoe dan?
Sergio: “Statutair is het zo dat enkel de nationale comités, de internationale comités en de (bijzondere) standing committees stemrecht hebben. De nationale comités zijn in de meerderheid. Maar toch lijkt het erop dat de stemmen van de internationale comités van groot belang zijn geweest in de discussies over de museumdefinitie én de stemming. Vandaar dat het ook heel belangrijk is dat museumprofessionals, ook uit België, zich aansluiten bij een internationaal comité. Hoe meer collega’s zich engageren, hoe meer we kunnen wegen op de internationale organisatie. Vergeet niet dat België op de tiende plaats staat in absolute ledenaantallen! Als klein land zouden we dus veel meer gewicht in de schaal kunnen werpen dan vandaag het geval is. Ik zou ook zeker een oproep willen doen aan de collega’s uit de beeldende kunsten, een vakgebied waarbinnen we excelleren. Dat is echter te weinig zichtbaar binnen ICOM. De reden is dat deze collega’s via andere netwerken werken. Maar dat is dus een gemiste kans. ICOM-België wil dan ook nóg sterker inzetten op het activeren van Belgische professionals in de internationale comités en we plannen hierrond een campagne. Samen met FARO en de Franstalige partners blijven we uiteraard ook de ontwikkelingen rond de ICOM-museumdefinitie opvolgen.”

Belgische delegatie in Kyoto 2019, Hervé Caps

Vlaamse delegatie museumprofessionals in Kyoto

Lies Buyse (coördinator musea en erfgoed, stad Antwerpen) kwam naar Kyoto om de discussies over de ICOM-museumdefinitie bij te wonen. Haar bevindingen: "De conferentie is met zijn 4.400 deelnemers wat overweldigend. Maar het is een interessante manier om de verschillende perspectieven op de erfgoedpraktijk en uitdagingen voor de sector in de vingers te krijgen. Persoonlijk vond ik de start van het brede debat rond dekolonisatie het meest relevant en verrijkend. De ondervertegenwoordiging van de kunstmusea lijkt me een reële uitdaging. Het politiek kluwen is problematisch."

CAMOC, internationaal comité voor stadsmusea

Lars De Jaegher (projecten bij STAM – Stadsmuseum Gent) reisde naar Kyoto om kennis en ervaringen te delen met collega’s. Hij is in het bijzonder geïnteresseerd in de activiteiten van het internationaal comité over stadsmusea, CAMOC. Die afkorting staat voor The International Committee for the Collections and Activities of Museums of Cities. Lars presenteerde een paper over het STAM, meer bepaald in de sessie over ‘Sustainable urban and local community development’, waar onder meer hun plannen met ‘De vierkante kilometer’ zijn voorgesteld. Lars was heel enthousiast: “Een echt grote conferentie waar je de wereld tegenkomt. En ook belangrijk: hier staan gewichtige thema’s op de agenda.”

Ook Sigrid Bosmans (directeur Museum Hof van Busleyden, Mechelen) nam deel aan de activiteiten van CAMOC. Met een bijdrage in de sessie ‘Museums of cities, trends and definitions: responses to urban issues’ vertelde Sigrid over het project ‘De Grond der Dingen’, een samenwerking tussen theatergezelschap ARSENAAL/LAZARUS en Museum Hof van Busleyden. Dit project zoekt naar de ontwikkeling van een gemeenschappelijke horizon om vorm te geven aan de toekomst van een stad. Het is participatief bij uitstek: het vertrekpunt zijn concrete projectvoorstellen van Mechelaars die één vierkante meter grond ter beschikking krijgen om dromen te vervullen en/of noden te lenigen. Bosmans: "Hoe je de complexiteit en meerstemmigheid van een stad kan meenemen in een gemeenschappelijk beslissingsproces over de stad, vormt de volgende uitdaging. Op lange termijn willen we in samenwerking met ARIA (onderzoekscentrum UA) onderzoeken welke rol een museum en een theater kunnen spelen in deze stedelijke dynamiek. CAMOC geeft zelf aan dat het wil deelnemen aan het uitzetten van de lijnen voor de toekomstige musea in steden door formele en informele discussies op een internationaal niveau te faciliteren. Dat is precies wat wij voor ogen hebben met onze deelname. De vinger aan de pols houden rond de toekomstige evoluties, maar ook actief deelnemen aan de discussies.”

Meer informatie over CAMOC

ICME, internationaal comité voor etnografische musea

Guido Gryseels (algemeen directeur AfricaMuseum, Tervuren) wilde de werking van ICOM leren kennen, netwerken en een paper presenteren over de renovatie van het AfricaMuseum in Tervuren. Guido nam deel aan de sessies van ICME, het internationaal comité voor etnografische musea. Hij verwoordt zijn ervaringen kort en krachtig: "Een grote en overweldigende conferentie!"

Meer informatie over ICME

Leraar met twee leerlingen in Japan, anoniem, 1860 - 1920 via Rijksstudio, publiek domein

CECA, internationaal comité voor educatie en culturele acties

Stéphanie Masuy (hoofd Educatie, Museum van Elsene) en Sofie Vermeiren (diensthoofd Publieksbemiddeling, M-Museum Leuven) hadden wel een heel bijzondere missie in Kyoto. Beiden zijn ‘nationaal correspondent’ voor CECA België. CECA staat voor ‘Committee for Education and Cultural Action’ (Commissie voor Educatie en Culturele Acties). Met meer dan 1.300 leden verspreid over 80 landen is CECA een van de grootste comités van ICOM. CECA-leden zijn museum- en erfgoedprofessionals met een sterke interesse in (museum)educatie en culturele acties wereldwijd. In 2020 organiseren ICOM België, KU Leuven, M-Museum Leuven, Mooss en FARO in Leuven de volgende CECA-conferentie. Masuy en Vermeiren hebben de conferentie in Leuven voorgesteld en gepromoot. Met de nieuwe CECA-board is vergaderd over de inhoud en de organisatie van de conferentie in Leuven.

Het viel Stéphanie en Sofie op dat er zowel bij de CECA-sessies als bij de algemene ICOM-conferentie, veel aandacht ging naar de maatschappelijke rol van het museum, de relatie tot welzijn, ecologie, duurzaamheid, identiteit en multiperspectiviteit.

Meer informatie over CECA

Save the date voor het volgende internationale CECA-congres in Leuven: 12 tot 17 oktober 2020!

COMCOL, internationaal comité voor (hedendaags) verzamelen

Leen Beyers (curator en hoofd onderzoek en collectie, MAS) nam deel om nieuwe perspectieven te leren kennen en om het internationale netwerk van het MAS te versterken. Leen maakt deel uit van het internationaal comité COMCOL dat zich bezighoudt met vraagstukken rond hedendaags verzamelen en vernieuwende manieren om collecties te benaderen. Bijzondere aandacht gaat naar ethiek, interpretatie en onderzoek en participatie. Behoud en beheer vallen dan weer buiten de scope. Leen bracht een paper in de COMCOL en CIDOC workshop getiteld ‘Multiperspectivity in documenting collections. Congolese historians and the Africa collection of the MAS’. CIDOC is het internationaal comité rond documentatie.

Leen was blij verrast door de thema’s die op de plenaire sessies aan bod kwamen:"ICOM kwam mij meer toekomstgericht over dan ik had gedacht. Vooral de beweging rond ecologie (vanuit de wetenschapsmusea) kende ik vooraf niet. Wel zou ICOM zelf veel meer afval en CO2-uitstoot kunnen vermijden door minder wegwerpmateriaal en minder papier te verbruiken op zo’n conferentie. Er is een kloof tussen theorie en praktijk." Gezien de locatie waren er behoorlijk wat deelnemers uit Aziatische landen, maar het viel Leen op dat het grootste deel van de participanten toch uit westerse landen leek te komen. Dat is niet echt een weerspiegeling van de internationale netwerken, want die worden steeds diverser.

Meer informatie over COMCOL en over CIDOC

ICR, internationaal comité voor regionale musea 

Estelle De Bruyn (Preventive Conservation Unit, Royal Institute for Cultural Heritage (KIK-IRPA) nam in Kyoto deel aan de sessie ‘Regional museums encouraging sustainable use of cultural and natural heritage’ van het internationaal comité ICR, International Committee for Regional Museums. Ze presenteerde het proefproject Resilient Storage, een programma om de efficiëntie van HVAC systemen in de Belgische musea te verbeteren. Dat project leunt aan bij het RE-ORG Belgium project dat door het KIK wordt getrokken. Ook wordt er samengewerkt met CHARP (KU Leuven), het Belgisch Stripcentrum en het Amerikaanse Image Permanence Institute. Voor Estelle was ‘deze conferentie een gelegenheid om een beter inzicht te krijgen in de werking van ICOM, de interacties tussen nationale, regionale en internationale comités en om professionals met uiteenlopende ervaringen en culturen te ontmoeten’. Ze apprecieert ook de inspanningen van de twee ICOM-comités van België om hun leden samen te brengen over de taal- en bestuurlijke grenzen heen. ‘Ik kan alleen maar hopen dat deze inspanning zal worden voortgezet!

Meer informatie over ICR

Japanse worstelaars, Raimund baron von Stillfried und Ratenitz (toegeschreven aan), ca. 1871 - ca. 1885 via Rijksstudio, publiek domein

ICOMAM, internationaal comité voor legermusea

Ilse Bogaerts (diensthoofd Collecties en Restauratie-ateliers: Uniformen & Uitrusting, Vlaggen, Kunst, Iconografie, Faleristiek, Muziekinstrumenten, War Heritage Institute Brussel) vindt het zeer belangrijk om aan conferenties van ICOM deel te nemen: "Het is dé internationale vakorganisatie voor musea en museumprofessionals, en we werken volgens een zelfde kader van afspraken, richtlijnen, ethische en deontologische codes." Ilse neemt al twintig jaar overtuigd deel aan de activiteiten van het internationaal comité ICOMAM, dat zich richt op legercollecties. Ze is nu ook al het vierde jaar op rij lid van de raad van bestuur van ICOMAM. Meer in het bijzonder was ze ‘verbindingsofficier’ voor de organisatie van ICOM Kyoto 2019 en ICOMAM. Ze was verantwoordelijk voor het reserveren van zalen in het congresgebouw, de opmaak van het programma etc. Ook organiseerde ze mee de off-site meeting in Osaka waar de leden van ICOMAM een workshop konden bijwonen van zwaardmakers en bijzondere collecties konden bewonderen.

Meer informatie over ICOMAM

COSTUME, internationaal comité voor kostuums

Ilse Bogaerts participeert hiernaast ook aan de congressen van het internationaal Costume Committee. Het War Heritage Institute heeft immers niet enkel legerjackets maar ook ambtenarenuniformen met bijzondere geschiedenissen. Denk maar aan de uitrusting van Belgische revolutionairen uit 1830 of de eerste duikpak-experimenten met ‘waterdicht textiel’. Ilse presenteerde de paper 'Why do we love to look like a soldier' waarin ze de collectie camouflage-uniformen onderzocht en een historisch overzicht gaf van het hoe en waarom van camouflagekledij en de verscheidenheid aan prints.

Het hoofddoel van de internationale comités is volgens Ilse netwerken. Dat doen ze door de organisatie van symposia, workshops en meerdaagse congressen, waar meestal post-congrestours aan worden gekoppeld. Die tours zijn intensieve werkbezoeken aan musea en collecties. ICOMAM moedigt jonge medewerkers van legermusea aan om deel te nemen aan de congressen en een paper te brengen. Het stelt er zelfs beurzen voor ter beschikking.

Met haar twintig jaren ICOM-ervaring in de rugzak, raadt Ilse de Belgische museumprofessionals en erfgoedorganisaties aan om lid te worden van ICOM, én een engagement op te nemen in een internationaal comité. "En beter nog: overtuig je directeur om instellingslid te worden, zo steun je ook musea en professionals in armere regio’s en continenten. En je krijgt er meerdere ICOM-kaarten voor die het personeel van je instelling kan gebruiken voor museumbezoeken."

Meer informatie over COSTUME

Ancient warrior costume of the Japanese. Japan, C.H. Graves & Universal Photo Art Co., 1902 via Rijksstudio, publiek domein

ICOFOM, internationaal comité voor museologie

De voorbije weken kon u op deze website de discussies over de ICOM-museumdefinitie volgen. Het is een onderwerp dat me al enkele jaren bezighoudt, en samen met ICOM-België zal FARO dat in de toekomst blijven doen. De discussie over de museumdefinitie is een kernvraagstuk van het internationaal comité voor museologie, ICOFOM, waar ik dan ook nauw bij betrokken ben. In Kyoto presenteerde ik de paper ‘More than Words. Museology in Postnormal Times (Belgium)’, die in de publicatie K. Smedts (ed.), The Future of Tradition in Museology. Materials for a Discussion (2019) is opgenomen. De publicatie kunt u hier downloaden. Hierin analyseer ik de rol die musea in deze ‘postnormale tijd’ voor zichzelf zien, maar wijs ik ook op de moeilijkheden om theorie in praktijk om te zetten.

Meer informatie over ICOFOM

INTERCOM, internationaal comité voor museummanagement

Verder vind ik de activiteiten van INTERCOM, het internationaal comité voor museummanagement ook zeer boeiend. Het valt op, en verschillende deelnemers aan de conferentie halen het ook aan, dat musea (en andere erfgoedorganisaties) vandaag heel sterk bezig zijn met de rol die ze in de samenleving kunnen vervullen en het verschil dat ze kunnen maken. Het zijn vragen die vaker de bovenhand nemen in de reflectie en visievorming. Opvallend is dat musea vaker proberen ‘buiten de eigen hokjes’ te denken.

Dat deed me enkele jaren geleden denken aan het concept ‘liquid modernity’ van de bekende socioloog Zygmunt Bauman. Op basis daarvan ontwikkelde ik de idee van een ‘liquid museum’. In de paper Managing a Liquid Museum: from theory to praxis. The case of museums in Belgium heb ik hier in Kyoto op verder gewerkt. De kern van het betoog was dat de ontwikkeling van een progressieve, toekomstgerichte visie één zaak is, maar dat de organisatiestructuur en het managementmodel van de musea doorgaans niet toelaten om die visie écht in de praktijk om te zetten. Visieontwikkeling en theorievorming zijn essentieel maar volstaan niet: we moeten de stap naar de praktijk zetten, en ook aan de structuren van de organisaties en de manier van leidinggeven beginnen sleutelen als we verandering willen realiseren.

Meer informatie over INTERCOM

Meer lezen over de ICOM-conferentie en -definitie? 

Foto's 

  • Vier Japanse vrouwen tijdens theeceremonie, anoniem, ca. 1870-ca. 1900, via Rijksstudio, publiek domein.
  • Belgische delegatie in Kyoto, Hervé Caps.
  • Leraar met twee leerlingen in Japan, anoniem, 1860-1920, via Rijksstudio, publiek domein.
  • Japanse worstelaars, Raimund baron von Stillfried und Ratenitz (toegeschreven aan), ca. 1871-ca. 1885, via Rijksstudio, publiek domein.
  • Ancient warrior costume of the Japanese. Japan, C.H. Graves & Universal Photo Art Co., 1902, via Rijksstudio, publiek domein.
Olga Van Oost