(Ver)bouwen met verstand

De inrichting en de verlichting van het museum zijn belangrijk (zeg maar gerust cruciaal) voor de bezoekerservaring. Dat blijkt opnieuw uit twee interessante, recente artikels die in het NRC en De Correspondent verschenen: een over verlichting in musea, en een over hoe mensen zich in musea gedragen. FARO, ICAMT en ICOM-België organiseren in september een driedaags congres over het thema waarvoor we even uw aandacht vragen. 

Op 20 juni verscheen een artikel met als titel ‘Musea weten niet hoe slecht het licht is’ in NRC. Het begint zo: “Het licht in musea is een enorm probleem, zegt kunstenaar Peter Struycken. ‘Een grauwsluier.’ ‘Een spookhuis.’ ‘Een visuele martelgalerij.’ Samen met museum Boijmans zegt Struycken aan een oplossing te werken, waarbij zijn ideaal ‘levend licht’ is: “kunstlicht dat net als daglicht onwaarneembaar maar turbulent beweegt. Door die eigenschap, zegt Struycken, heeft daglicht een bijna plastische, vloeibare kwaliteit waaraan kunstlicht vooralsnog niet kan tippen.”

En op 1 juli publiceerde De Correspondent een boeiende analyse van het opmerkelijke en vaak grappige fotoboek ‘Musea’ van de Nederlandse fotograaf Caspar Claasen. De journaliste begint haar stuk zo: “Lange tijd vond ik weinig zo irritant aan een museumbezoek als de andere bezoekers. Erg fraai was dat niet van mij – het is tamelijk onzinnig je te ergeren aan de aanwezigheid van publiek in een publieke ruimte. Maar toch – die andere mensen, ze leidden zo af! De manier waarop ze, in koppels, net te luid de kunstwerken aan elkaar uitlegden. Of hoe ze bij hun rondgang door een zaal precies hetzelfde tempo aanhielden als ik, waardoor we bij elk schilderij weer ongemakkelijk naast elkaar kwamen staan.” Claasen maakt ‘ongeposeerde foto’s’ en belicht de relatie tussen het museum en zijn publiek. “Onder zijn handen worden andere bezoekers wezenlijk onderdeel van het spektakel dat een museumzaal in feite is; ze worden componenten van een panorama dat verder ook nog muren en bankjes en kunstwerken bevat,” luidt het. Claasen demonstreert daarbij zijn grote aandacht en observatievermogen, en nodigt de lezer/kijker uit om dat ook te doen.

Kijken, rondwandelen, rusten, contempleren … het zijn maar een paar van de activiteiten die bezoekers in een museum doen. Onderzoek leert dat deze activiteiten ook grotendeels gefaciliteerd kunnen worden. Onder meer daarover gaat de driedaagse conferentie 'Duurzaam verbouwen en museumtechniek in internationaal perspectief'. 

Bent u een museum- of erfgoedprofessional, (binnenhuis)architect, scenograaf of ingenieur? Dan is deze driedaagse beslist iets voor u. Staat uw museum voor een (grote) verbouwing? Wenst u uw inzicht in museumtechniek te vergroten? En krijgt u deze kennis en kunde dan nog liefst uit eerste hand van museumprofessionals, architecten en scenografen? Dan moet u beslist deelnemen aan de driedaagse internationale conferentie met uitgebreide werkbezoeken aan musea die worden verbouwd of een verbouwing achter de rug hebben in Vlaanderen en Brussel. De nadruk ligt daarbij sterk op werk- en werfbezoeken aan musea. Ter plekke bezoeken we de werven, ontmoeten we de museumdirecties, de architecten en scenografen en gaan we met hen in gesprek.

Meer informatie vindt u hier

Olga Van Oost