Musea als conflictzones
In zijn boek The Anticolonial Museum. Reclaiming Our Colonial Heritage (2024) stelt Bruno Brulon Soares dat musea vandaag functioneren als conflictzones: plekken waar verschillende visies op geschiedenis, identiteit en macht met elkaar botsen. Dat is volgens hem geen probleem, maar een kans. Alleen door frictie, pijn en dialoog toe te laten, kunnen musea bijdragen aan herstel, rechtvaardigheid en hoop.
Soares pleit voor een fundamentele herziening van wat musea zijn en doen. Volgens hem moeten musea niet alleen objecten tonen, maar ook ruimte geven aan uitgesloten stemmen en actief werken aan dekolonisatie en machtsdeling.
De auteur is een Braziliaanse museoloog en antropoloog, en docent museum- en erfgoedstudies aan de Universiteit van St Andrews in Schotland. Meer dan tien jaar werkte hij samen met grassrootsinitiatieven van gemeenschapsmusea, vooral in de periferie van Rio de Janeiro.
FARO-collega Katrijn D’hamers las het boek en verzamelde enkele indrukken.
Kritisch én hoopvol
Impact van kolonialisme op hedendaagse musea
In The Anticolonial Museum onderzoekt Soares hoe kolonialisme nog steeds invloed heeft op hedendaagse musea. Enkele van zijn bevindingen:
Musea en tentoonstellingen lijken neutraal, maar zijn dat niet
Musea weerspiegelen vaak een Europese, koloniale manier van denken die bepaalt wat waardevol is en wie zichtbaar mag zijn. Tentoonstellingen tonen niet alleen objecten, maar ook machtsverhoudingen en uitsluiting, omdat andere culturen vaak gereduceerd worden tot objecten van nieuwsgierigheid.
Historisch hebben musea macht en superioriteit gelegitimeerd door stemmen van gekoloniseerde volkeren te negeren. Collecties werden gepresenteerd als universele kunst, waardoor de oorspronkelijke makers gemarginaliseerd werden.
Veel musea proberen vandaag te dekoloniseren, maar vaak blijft dat oppervlakkig: tijdelijke projecten, symbolische ingrepen of 'het geven van een stem', zonder de diepere koloniale structuren te veranderen. Echte verandering vraagt om kennisdeling en samenwerking, niet om cosmetische ingrepen.
Het probleem van museumclassificatie
Veel classificatiesystemen komen voort uit koloniale contexten. Ze tonen niet-Europese culturen nog steeds als 'exotisch', 'primitief' of 'verdwenen', waardoor ongelijkheid en machtsverschillen blijven bestaan. Objecten worden doorgaans los van hun makers en oorspronkelijke betekenis getoond, volgens westerse hiërarchieën. Dat schept een kunstmatige afstand tussen bezoeker en object en doet stemmen van oorspronkelijke gemeenschappen verdwijnen. Hoewel classificaties neutraal lijken, negeren ze alternatieve kennis en versterken ze koloniale patronen.
Soares toont met voorbeelden hoe ook scenografie − architectuur, parcours, licht, presentatie − de beleving beïnvloedt. Objecten worden esthetisch getoond, terwijl de koloniale geschiedenis vaak verborgen blijft.
Los van hun context
Objecten worden vaak gescheiden van hun makers, gemeenschappen en oorspronkelijke rituelen, waardoor hun betekenis wordt vervormd of genegeerd.
Wat kunnen musea concreet doen?
Volgens Soares proberen veel musea vandaag wel inclusiever te worden, maar lost dat het dieperliggende probleem niet op. Verandering blijft te vaak oppervlakkig en tijdelijk. Echte transformatie vraagt niet alleen om nieuwe verhalen, maar ook om herstel van historische onrechtvaardigheden en het delen van macht met voorheen uitgesloten gemeenschappen.
Hij pleit ervoor om de term dekoloniseren te gebruiken, als werkwoord dus: een actief proces waarin gemeenschappen zelf de kans krijgen om de officiële verhalen van musea te veranderen en het eigen erfgoed te herinterpreteren. Musea moeten volgens Soares een drieledig proces doorlopen: deconstructie (oude, koloniale structuren afbreken), reconstructie (nieuwe, rechtvaardige perspectieven opbouwen) en herverdeling (macht en kennis eerlijk delen).
Cruciale elementen in het betoog van Soares:
- Het denken dekoloniseren
Het gaat niet alleen om het teruggeven van objecten of het toelaten van gemarginaliseerde groepen in musea. Het draait om een fundamentele herziening van hoe we betekenis geven aan erfgoed en kennis. Dat vraagt om luisteren naar getroffen gemeenschappen én erkennen dat wetenschappers en museummedewerkers zelf deel uitmaken van koloniale machtsstructuren die kritisch bevraagd moeten worden.
- Kritische zelfreflectie
Musea moeten openlijk erkennen dat veel objecten en collecties voortkomen uit koloniale contexten, inclusief geweld op en marginalisering van lokale bevolkingen. Ze moeten die geschiedenis transparant communiceren en educatieve programma’s ontwikkelen die bezoekers en personeel laten nadenken over de machtsverhoudingen achter kennis, collectie en tentoonstellingen en de manier waarop westerse kennissystemen alternatieve perspectieven hebben gemarginaliseerd.
- Dialoog én confrontatie
Een antikoloniaal museum moet een plek zijn waar samen wordt nagedacht over en actie ondernomen rond koloniale wonden. Door kritische ruimtes te bieden waar bezoekers geconfronteerd worden met moeilijke verhalen en pijnlijke waarheden, kunnen ze bijdragen aan diepgaande verandering en herstel.
- Ruimte bieden aan pijn, strijd en ongelijkheid
Echte samenwerking vereist het erkennen van pijn, strijd en ongelijkheid. Een museum dat écht openstaat voor samenwerking is geen harmonieuze plek, maar een conflictzone. Ook de geschiedenis van onderdrukking, geweld en verlies moet een plek krijgen.
- ‘Twee muren’
Curator Sandra Benites introduceert het idee van de twee symbolische muren: één voor het koloniale verhaal – de pijn, het verlies, de onderdrukking – en één voor het perspectief van de gekoloniseerde gemeenschappen – de levendige cultuur, spiritualiteit en eigen wereldbeelden.
- Een accountable space installeren
In zo'n ruimte nemen mensen verantwoordelijkheid op voor woorden, daden en machtsposities. Gemarginaliseerde stemmen krijgen ook beslissingsmacht. Pijnlijke geschiedenissen worden niet verzacht, maar zichtbaar en bespreekbaar gemaakt. Het gaat ook om macht durven afstaan, ook al leidt dat tot chaos of conflict. Conflict wordt niet vermeden, maar gebruikt als motor voor verandering. Dat vraagt ook om zelfkritiek van museumteams over privileges en koloniale structuren.
- Transparantie over de herkomst van collecties
Musea moeten duidelijk communiceren hoe objecten zijn verworven en de koloniale context zichtbaar maken. Voor Soares liggen er immers risico’s in het presenteren van objecten als louter kunst omdat dit de indruk wekt dat koloniale geschiedenis irrelevant is.
- Kritisch tentoonstellen
Een herziening van museale ruimtes gaat verder dan een ander interieurontwerp. Architectuur, scenografie, narratief ontwerp en kritische museologie moeten de bezoeker actief betrekken en tegelijkertijd vragen oproepen over macht, geschiedenis en perceptie. Objecten lijken nu vaak te zweven in het donker, visueel en esthetisch losgekoppeld van de context. Voor Soares moet die culturele, historische en politieke context integraal deel uitmaken van de presentatie. Mogelijkheden zijn onder meer: een parcours met reflectiemomenten over de herkomst van objecten, spelen met licht(sterkte) om de grens af te bakenen tussen de bezoeker en een vervreemd object in een vitrine, multisensoriële elementen (geluid, tast, visueel) die de context van objecten evoceren (bv. achtergrondgeleuiden, geuren van inheemse planten, projecties van landschappen ...).
- Belang van dialoog
Musea moeten niet alleen objecten tonen, maar ook luisteren naar gemeenschappen, samenwerken op basis van gelijkwaardigheid en ruimte geven aan strijd en activisme. Frictie hoort erbij als onderdeel van het leerproces.
- Autoriteit delen
Door samen te werken worden traditionele machts- en kennishiërarchieën binnen musea uitgedaagd en herschikt. De traditionele autoriteit van het museum (de curator als expert) wordt gedeeld met gemeenschapsleden en activisten. Dat gebeurt door participatieve processen zoals de co-curatie van tentoonstellingen, collectieve beslissingen over interpretatie en storytelling en het gebruik van lokale kennis en orale tradities als gelijkwaardig aan academische kennis.
- Meerdere narratieven
Musea moeten samenwerken met gemeenschappen om hun verhalen, betekenissen en perspectieven te laten horen. Alleen zo krijgt de maker of gemeenschap een stem. Denk aan audio- of videoboodschappen bij objecten, of co-curatie van tentoonstellingen.
- Nodig bezoekers uit tot kritische reflectie
Reflectieruimtes, interactieve panelen of educatieve interventies nodigen bezoekers uit om na te denken over kolonialisme, machtsverhoudingen en museumpraktijken. Ze doorbreken het exotiserende 'kijken naar het andere' en stimuleren kritisch denken. Denk aan een touchscreen naast een vitrine met een tijdlijn van de koloniale routes en vragen over eigendom, representatie en rechtvaardigheid.
- Herdefinieer wat waardevol erfgoed is en maak gebruik van alternatieve kennis
Ga voorbij traditionele westerse categorieën zoals zeldzaamheid, authenticiteit of uniciteit. Toon alledaagse voorwerpen, gemeenschapsherinneringen en immaterieel erfgoed naast 'klassieke' kunstobjecten. Toon ook persoonlijke voorwerpen, foto’s of orale geschiedenis die de verhalen van historisch gemarginaliseerde groepen laten zien. Integreer alternatieve kennis: manieren waarop niet-Europese gemeenschappen de wereld begrijpen en betekenis geven aan objecten, rituelen en praktijken, geworteld in hun eigen tradities, sociale verbanden en omgeving. Anders dan universele westerse kennissystemen benadrukt ze het relationele, praktijk- en contextgebonden karakter van kennis. Ze staat niet los van sociale en materiële contexten en heeft vaak een andere verhouding tot macht en natuur dan westerse kennis.
- Respect voor het onvertaalbare
Niet alles hoeft begrepen of vertaald te worden in westerse termen. Soares pleit voor het recht op 'opaciteit': het recht om mysterieus te blijven als vorm van verzet tegen koloniale interpretatie. Sommige dingen mogen vreemd blijven, en juist die elementen kunnen nieuwe verbindingen en reflectie oproepen.
- Structurele veranderingen
Tot slot pleit Soares voor structurele veranderingen in musea. Het gaat niet om tijdelijke tentoonstellingen of symbolische gebaren, maar om het herverdelen van macht. Musea moeten gemeenschapscuratoren aanstellen in vaste functies, zeggenschap delen over inhoud en presentatie en niet alleen objecten teruggeven, maar ook de controle over het verhaal. Zo ontstaan platforms waar musea en gemeenschappen als gelijken kennis en expertise delen.

