Na het witboek nu de conceptnota aanvullende financiering

De Vlaamse overheid wil met de conceptnota aanvullende financiering en cultureel ondernemerschap de basis leggen voor een langetermijnvisie m.b.t. aanvullende financiering en cultureel ondernemerschap in de Vlaamse cultuursector. Ze formaliseert hiermee een traject dat de afgelopen jaren ingezet is via onder meer het Onderzoek naar de mogelijkheden van aanvullende financiering voor de cultuursector (Witboek, 2015) het sectormoment (2016) rond aanvullende financiering en de evaluatie van CultuurInvest.

Vier speerpunten

De conceptnota richt zich tot individuele actoren en organisaties die professioneel actief zijn in de kunstensector (inclusief de film- en letterensector), de cultureel-erfgoedsector en de sectoren sociaal-cultureel volwassenenwerk en circuskunsten. Het doel is om zoveel mogelijk (aanvullende) middelen naar de cultuursector te laten stromen en “het marktfalen in het cultuurveld een halt toe te roepen, zodat culturele doelen gerealiseerd kunnen worden” (p. 3). De nota stelt verder dat “bijkomende middelen voor cultuur, waarvan sprake in de conceptnota, aanvullend zijn van karakter. Ze vormen geen alternatief voor het klassieke subsidiesysteem.”

De conceptnota concentreert zich op vier speerpunten: een ‘Cultuurbank’ (werktitel); een optimaal fiscaal beleid; een ‘Cultuurloket’ en cross-sectorale samenwerking. Een aantal elementen uit de nota zijn voor het cultureel-erfgoedveld al relevanter dan andere. We lichten ze er kort uit.

Topstukkenfonds

Zo lanceert de minister het idee om het Topstukkenfonds te herfinancieren via de Cultuurbank. Dit kan bv. via leningen aan het fonds of door het opzetten van een alternatieve stichting waarin publieke en private partners samen met de Cultuurbank participeren. Deze stichting kan dan in topstukken investeren en ze in bruikleen geven aan musea. Dit lijkt dus enigszins op wat de Koning Boudewijnstichting nu reeds doet via bv. het Erfgoedfonds. PMV zal de haalbaarheid van de diverse pistes verder onderzoeken en voor het jaareinde verslag uitbrengen.

Successierechten

Verder wenst de minister nieuw leven te blazen in de slapende regeling waarbij kunstwerken in betaling gegeven kunnen worden om te voldoen aan successierechten. De Vlaamse overheid is hiervoor immers sinds 2015 zelf bevoegd, maar “de regeling is weinig performant en dus aan herziening toe.” De procedure moet eenvoudiger en meer focussen op de erflater, zodat die tijdens zijn leven nog kunstwerken kan herbestemmen. Verder zou een vrijstelling van successierechten voorzien kunnen worden voor topstukken in nalatenschappen, om te vermijden dan deze via verkoop naar het buitenland verdwijnen.

Filantropie en het bedrijfsmecenaat

Ook wil de minister de filantropie en het bedrijfsmecenaat stimuleren. Om deze beleidsintenties vorm te geven liet de minister een beleidsverkennend onderzoek m.b.t. een geefbeleid in Vlaanderen (maart 2017) uitvoeren. Het onderzoek formuleert verschillende aanbevelingen om het geven aan cultuur te bevorderen, die in de conceptnota worden overgenomen. Zo zou er een overheidscampagne moeten komen om het brede publiek beter te sensibiliseren rond ‘geven aan cultuur’. Verder zou het bedrijfsmecenaat gestimuleerd moeten worden, zoals dat in Wallonië al het geval is door de acties van Prométhéa.

De cultuursector moet ook meer zelf werk maken van fondswerving en daartoe zal een intensief trainingstraject opgestart worden, o.a. om hun fiscale basiskennis over giften en mecenaat bij te spijkeren. Voor deze ‘flankerende acties’ wordt op het nog op te richten Cultuurloket gerekend, dat naast deze taken ook een hele reeks andere opdrachten zal moeten behartigen. Het is dus wellicht nog niet voor morgen.

Nog belangrijker is fiscaliteit als hefboom om giften van particulieren en het bedrijfsmecenaat te optimaliseren. Dit is evenwel een federale bevoegdheid, die samen met de andere gemeenschappen moet opgenomen worden. Niet eenvoudig dus, en de huidige politieke crisis in Franstalig België zal hierbij niet helpen. Toch zou er al een technische werkgroep opgericht zijn die gaat werken rond cultureel (bedrijfs)mecenaat. We zijn benieuwd of deze werkgroep nog deze legislatuur met concrete maatregelen op de proppen komt.

Cultuurloket

De conceptnota signaleert vervolgens de reeds aangekondigde oprichting van het Cultuurloket (waarin het Kunstenloket inkantelt), dat tot doel heeft “het ondernemerschap en de professionalisering in de Vlaamse cultuursector te bevorderen en toeleiding naar aanvullende financiering te faciliteren.” Dit transversaal loket zal voor een breed spectrum van professionele actoren een eerstelijnsdienstverlening uitbouwen en moet ook de Cultuurbank bijstaan in haar opdrachten.

Stockverzekering

Tot slot attendeert de studie nog kort op het lopende onderzoek naar een stockverzekering, als commercieel alternatief voor de nog steeds niet ingevoerde staatswaarborg voor bruiklenen die musea aangaan in het kader van tentoonstellingen. De conclusies en een voorstel van aanpak worden verwacht tegen midden 2018.

Tot slot

Het is verdienstelijk dat deze nota een overzichtelijke opsomming geeft van een hele reeks beleidsintenties, mogelijke pistes en nog uit te werken maatregelen. Ook voor het cultureel-erfgoedveld bevat de nota interessante elementen. Toch blijft het afwachten wat verdere concretisering zal opleveren, meer bepaald rond fiscale stimuli.

Verder stellen we ons als steunpunt toch vragen hoe de acties van het Cultuurloket impact zullen hebben in het brede cultureel-erfgoedveld. Zoals aangegeven in de landschapstekening in bijlage 2 van de nota, wordt de praktijkontwikkeling en -ondersteuning rond zakelijk-juridische thema’s, aanvullende financiering en cultureel ondernemerschap momenteel vooral/uitsluitend door FARO opgenomen. We vernemen graag hoe we dit in de toekomst beter kunnen ‘matchen’.

Downloads:

Jeroen Walterus