Göteborg 7: Authenticiteit en replica’s

"Wat is authentiek erfgoed?", vroegen heel wat deelnemers aan de conferentie in Göteborg zich af. Hieronder een paar verrassende antwoorden, die authenticiteit loskoppelen van de materie, maar het concept eerder verbinden met sociale relaties:

  • Anna Karlström getuigde over erfgoedprojecten in Zuid-Oost Azië. De waarde die gehecht wordt aan erfgoed heeft niets te maken met de ouderdom of het materiaal, maar met de (religieuze) betekenis. Daarom vervangt men gebouwen ook, om op die manier de spirituele (en dus doorslaggevende) waarde te vergroten. Het zijn vooral de daden eromheen die het voor de gemeenschap waardevol maken.
  • Petra Tjitske Kalshoven bracht heel wat tijd door bij indianenliefhebbers in Duitsland. Bij deze re-enactmentgroepen staat 'authenticiteit' tegenover 'amateurisme'. Mensen die een indianenpak in de winkel kopen, zijn niet authentiek: het gaat om het proces van het maken van een pak! Daar zit de expertise en dus de 'authenticiteit'. Daarnaast is authenticiteit bij hen ook verbonden met eerlijkheid, met de juiste intentie. Het is het hele proces van het maken en het 'indiaan worden' dat de 'legitimiteit' bepaalt. En dus niet het materiaal of de ouderdom ervan.
  • Sybille Frank onderzocht de authenticiteit van Checkpoint Charlie. In Berlijn heerste er heel wat debat over wat de 'authentieke' plaats was waar de slachtoffers van de Berlijnse muur konden worden herdacht. Was dit in een door de overheid gefinancierd documentatiecentrum (=rede) of een private installatie aan Checkpoint Charlie (=emotie)? Ligt de authenticiteit in de persoonlijke, emotionele verhalen? Of in de overheidsdocumentatie?


Dit blogbericht kwam tot stand naar aanleiding van de conferentie 'Re/theorising heritage'. Onze deelname aan de conferentie was mogelijk met steun van de Europese Commissie via de GRUNDTVIG-actie van het Europese ‘Een Leven Lang Leren’-programma.

Jacqueline van Leeuwen