Voor u gelezen: Elsie en Mairi, engelen van Flanders Fields

Op de WOI-pagina van FARO posten we geregeld recensies van een opvallend, inspirerend of innoverend boek over de Groote Oorlog. Ditmaal las Jozef Heus (HADOCK) voor u de graphic novel Elsie en Mairi, engelen van Flanders Fields, van tekenaar en scenarist Ivan Adriaenssens.

Biografie in stripvorm

Adriaenssens maakte een strip van de biografie van Geraldine Mitton uit 1916. Deze biografie was dan weer gebaseerd op dagboeken en brieven van twee Britse dames, Elsie en Mairi. Zij zetten zich vier jaar in als vrijwilliger aan het IJzerfront om gewonde soldaten op te vangen. Tijdens hun werk in een geïmproviseerd hospitaal in Veurne stootten ze op een schrijnend probleem. Bij het vervoer van gewonden uit de gevechtslinie naar een medische post, overleefden tal van soldaten de overbrenging niet. Tegen alle reglementering in, installeerden de dames vlak bij de linies in Pervijze een opvangpost. Hoewel ze de post omwille van vernietigende bombardementen driemaal moesten verhuizen, redden ze talrijke levens. Zelfs koning Albert I honoreerde hun inzet en kende ze de Orde van Koning Leopold II toe.

Geen eenvoudige klus

Mittons biografie in een getekend verhaal omzetten was geen eenvoudige klus. De tekenaar moest uit het enorme aantal personages een keuze maken. Welke figuren hadden een dragende rol, wie kon terloops worden vermeld of helemaal weggelaten? Welke militaire, psychologische en culturele aspecten moesten volwaardig uitgewerkt of eerder gesuggereerd worden binnen een beperkt bestek van 120 bladzijden?

Het is spijtig dat de tekenaar er niet helemaal in geslaagd is om zijn ambities waar te maken. De strip geeft zeer veel informatie mee, wat de samenhang niet altijd ten goede komt. Zo bevat het werk talloze losse eindjes en teveel personages die plots opduiken zonder veel binding met de hoofdhandeling. Vanaf pagina 27 duiken dan citaten op uit de oorspronkelijke biografie. Deze citaten halen de vaart uit het verhaal, net zoals de vele overgevulde tekstballonnen.

De strip heeft ook zijn sterktes. Bijvoorbeeld: het vervelende wachten van het vrijwilligersteam in Gent wordt knap weergegeven, aan de hand van zestien bijna identieke prentjes. De meest suggestieve bladzijden hebben het minste tekst. Hier krijgt het stripwerk zijn eigenlijke functie.

Anachronismen

Ook een getekende biografie moet naar mijn mening anachronismen vermijden. Die zijn er in de strip wel te vinden. Bijvoorbeeld: in 14-18 was er geen sprake van 'virtuele situaties' of een ‘high five’. Ook blijft de uitdrukking 'bloed, zweet en tranen' voorbehouden aan Churchill in de Tweede Wereldoorlog. En wat met een begrip als 'kenau' voor manwijf?

Over het algemeen zijn de documentaire gegevens (gebouwen in Gent, Oostende, Veurne, Pervijze …) behoorlijk weergegeven. De personages komen echter houterig, vaak wezenloos en stereotiep clean over. De tekenaar levert in een nepinterview van de twee hoofdfiguren met hemzelf een vorm van zelfkritiek over het gebruik van de overheersend sombere kleuren. Die zelfkritiek is niet onterecht, te meer omdat vrij veel scènes zich buiten de oorlogszone afspelen.

Het is duidelijk: deze graphic novel kon mij niet  bekoren. Spijtig, want het verhaal van Elsie en Mairi op zich verdient meer bekendheid.

Adriaenssens (I.), Elsie en Mairi, engelen van Flanders Fields. Lannoo, 2013.

Over de recensent
Jozef Heus is voormalig conservator van het HADOCK (Historisch-Archeologisch Documentatiecentrum in Koekelare). Hij levert bijdragen voor het jaarboek van de historische kring SPAENHIERS vzw.

Gregory Vercauteren