Drie distilleertoestellen en vijf theaterdecors op Vlaamse Topstukkenlijst

Naast een aantal unieke ensembles gebrandschilderd glas werden recent ook drie bijzondere distilleertoestellen en vijf theaterdecors beschermd als Vlaams topstuk.

Zeldzame en onmisbare schakels

De distilleertoestellen illustreren op treffende wijze de evolutie in de productieapparatuur voor het distilleren van alcohol in de Lage Landen. Bovendien zijn distilleertoestellen uit de 13e tot 18e eeuw erg zeldzaam en is de overblijvende productieapparatuur uit de 19e tot het begin van de 20e eeuw erg schaars. "De drie nieuwe topstukken vormen dus een zeldzame en onmisbare schakel in het erfgoed voor het distilleren van alcohol in de Lage Landen", aldus Vlaams minister voor Cultuur.

De stukken, tentoongesteld in het Jenevermuseum Hasselt, zijn afkomstig uit diverse collecties. Uit de collectie van het Jenevermuseum zelf is er een likeurtafel met stoomketel uit stokerij Severy (Hasselt, 1913-1923). Tot het midden van de 19e eeuw gebruikten de likeurstokers hoofdzakelijk een met kolen of hout gestookte alambiek die in een stenen fornuis was ingebouwd. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw werd de vrijstaande alambiek onderaan met stoom verwarmd.

Verschillende alambieken, suikersmelters en meng/rijpingsketels werden op een tafel gemonteerd en tegelijk verwarmd. Na de Eerste Wereldoorlog maakten de constructieateliers geen volledige likeurtafels meer. Uitgebreide likeurtafels met stoomketel, zoals deze van stokerij Severy, werden steeds minder gebruikt of werden afgebroken. De nu beschermde likeurtafel is een van de twee enige bewaarde, en tevens het best uitgebouwde exemplaar.

Verder is er ook een alcohol- en likeurinstallatie van de Gentse likeurhandel Van Thorenburg-Mestdagh uit de 18e eeuw, wellicht de twee oudste distilleerinstallaties die bewaard zijn, niet alleen in Vlaanderen, maar zelfs in Europa. De stukken behoren tot de collectie van MIAT Gent maar werden in bruikleen gegeven aan het Jenevermuseum Hasselt. Het gebruik van deze installaties wordt uitvoerig beschreven en geïllustreerd in Een Constich Distileerboeck van Philippus Hermanni (Antwerpen, 1570), een boekje dat tot ver in de 18e eeuw hét standaardwerk voor elke stoker was. Dankzij o.a. beide installaties is ook de kennis over de manier waarop tot in de 18e eeuw in onze regio gestookt werd, bewaard gebleven.

Tot slot werd ook een helm van een keramische alambiek beschermd als topstuk (Collectie van het MAS, Antwerpen, bruikleen aan het Jenevermuseum Hasselt). Het meest gebruikte materiaal voor distilleerapparaten was glas, maar vooral in de 16e en 17e eeuw kwam ook apparatuur in aardewerk zeer frequent voor. Er zijn echter bijzonder weinig intacte, grote aardewerken helmen bewaard gebleven. Een uniek exemplaar is de helm van een alambiek in geglazuurd keramisch materiaal uit de 17e eeuw. Hij is 46 cm hoog en heeft een diameter  van 46 cm bovenaan en van 67 cm onderaan. In België zijn er geen vergelijkbare intacte helmen van dergelijke afmetingen in geglazuurd keramisch materiaal te vinden. In Nederland zijn slechts drie voorbeelden bekend, maar die zijn niet volledig of soms gaat het slechts om fragmenten. Ook in Groot-Brittannië worden in verschillende musea alleen onvolledige exemplaren of scherven bewaard.

Theaterdecors Kortrijkse Stadsschouwburg

Ook op de Topstukkenlijst staan voortaan vijf theaterdecors van Albert Dubosq (1863-1940). De ensembles stammen hoofdzakelijk uit de jaren 1913 tot 1923 en stralen de sfeer van de Belle Epoque en 19e-eeuwse romantiek uit. Ze werden voor klassiekers zoals de opera’s Carmen en Aïda en voor theatervoorstellingen van allerlei aard gebruikt en vertegenwoordigen grotendeels kopieën van verdwenen sets uit de belangrijkste theaters van België.

De vijf beschermde theaterdecors zijn Palais Gothique uit 1914, Place Publique mixte Moyen Âge et Moderne uit 1920, Forêt Asiatique uit 1921, Palais Egyptien uit 1921 en Place Publique Italo-Espagnole-Arabe uit 1921.

"De waarde is fenomenaal", zegt Bruno Forment uit Kortrijk, die er in 2016 met Zwanenzang van een illusie een boek over schreef. "Internationaal gezien zelfs, niet enkel uit het oogpunt van Kortrijk. Omdat het om de grootste collectie historische theaterdecors in Europa gaat. Ze zijn ambachtelijk en artistiek van erg hoge kwaliteit. Vintage ook, omdat ze een uniek beeld geven van lang vervlogen tijden. Hun bewaring en restauratie is van belang, zodat we ze aan jongere generaties kunnen tonen. Want ze blijven verbluffend. Zoals bijvoorbeeld de kerk van volksopera Faust. De spontane verwondering vanuit de zaal blijft ook nu, door de geschilderde diepte. Ook de omvang is vaak enorm. Zo is er een achterdoek van een tuin uit 1914, in tal van opera's gebruikt. Gigantisch groot, met een lengte van 12,85 meter en een hoogte van 9,40 meter."

De Kortrijkse Stadsschouwburg ontstond zoals veel stadstheaters in Vlaanderen uit de bouwwoede en theatermanie van de Belle Epoque. Als decorateur van het nieuwe Kortrijkse theater werd Albert Emile Clément Dubosq gevraagd. Dubosq, geboren in Parijs op 18 januari 1863 als zoon van een vergulder, was in die tijd een beroemd peintre-décorateur. Eind 1913 tekende hij het contract voor de avant-scène, dat is het gordijn met bekroning en zomen, en voor een eerste reeks “décors de répertoire”. Onder die laatste bevonden zich een renaissancistisch interieur dat ook als concert- en baldecor dienst deed, een (neo-)gotisch paleis, drie salons in diverse stijlen, een rustieke kamer of keuken, een gevangenis-annex-burcht, stadspleinen in middeleeuwse en moderne stijl, een park, een bos, rotsen en een luchtpanorama.

Bron: Nieuwsberichten Departement CJM

Foto's:

  • Palais gothique, Albert Dubosq. © Stad Kortrijk via Beeldbank Kortrijk.
  • Likeurtafel uit Hasselt (collectie Jenevermuseum Hasselt)
  • Palais égyptien, Albert Dubosq. © Stad Kortrijk via Beeldbank Kortrijk.
Faro