Museum als klaslokaal: Z33 experimenteert
Hoe beïnvloedt de omgeving het leergedrag van scholieren in het middelbaar? Het Hasseltse museum Z33 verwelkomde een maand lang vier klassen. Die kwamen niet voor een klassieke gidsbeurt met aandacht voor kunst, wel om er regulier les te volgen met de vrijheid om zelf de ruimtes te mogen verkennen. Wat leverde dat op?
Een les wiskunde, filosofie, economie of talen in een museum? Het Hasseltse museum Z33 vond die vraag zo gek nog niet. Met hun expo Classroom doen ze bezoekers al actief nadenken over de vormgeving van een klas en school in de toekomst. Maar ze onderzochten graag verder voorbij de expo. Daarom mochten vier middelbare scholen gedurende vier weken Z33 inpalmen.
Van een expo tot een uniek onderwijsexperiment
Wanneer je vandaag een gemiddeld klaslokaal binnenstapt, lijkt het wel vaker alsof je met een teletijdmachine decennia teruggaat in de tijd. Klassieke tafelopstellingen in rijen met centraal vooraan plaats voor de autoriteit van de leerkracht die zijn ding doet. Verder robuuste kasten in lokalen van gemiddeld 7 op 7 ... geen ruimte om te schuiven met opstellingen dus, zeker niet als 24 leerlingen er een plek moeten krijgen. En − in het geval van katholieke scholen − vaak nog een kruisbeeld boven het bord. Enkel dat laatste ziet er soms wat anders uit nu het klassieke krijtbord steeds vaker wordt vervangen door digitale schoolborden. Kan dat ontwerp niet anders? Of beter, moet dat niet anders? Zeker nu er nood is aan meer schoolinfrastructuur lijkt de tijd rijp om hier grondig over na te denken.
Met de expo Classroom levert Z33 enkele interessante denkpistes af.
- Hoe kunnen we een school inclusiever en gastvrijer inrichten?
- Hoe kan de inrichting bijdragen aan meer participatieve en interactieve methodieken?
- Hoe kunnen ruimtes zo verschillende soorten van ‘leren’ faciliteren?
- Maar evengoed: hoe kan je de ecologische voetafdruk van schoolarchitectuur beperken? En hoe kan je daarbij ook de jongeren sensibiliseren?
Het mag duidelijk zijn: met deze expo treedt het museum graag in dialoog met de onderwijssector. En dat nodigde uit tot een nieuw experiment waarbij vier Hasseltse klassen (op wandelafstand van museum) les volgden in museum Z33, sinds 2020 het Huis voor Actuele Kunst, Design en Architectuur in Hasselt.
Vier weken les in het museum? Wat levert dat op?
Op 8 februari 2024 organiseerde Z33 een nocturne met panelgesprek. Zowel leerlingen, leerkrachten, directie als externe onderwijsprofessionals kwamen daarbij aan het woord. Ze analyseerden onder andere hoe de omgeving je les en interactie kan beïnvloeden. Enkele opvallende citaten van:
- een leerling: “Ik heb de leerkracht wiskunde op een andere manier leren kennen. Nu voelde ik me meer om mijn gemak en daarom durf ik nu ook makkelijker vragen te stellen”.
- leerkracht wiskunde: “Een schoollokaal focust op het perspectief van de leerkracht. In het museum zijn zowel de leerlingen als ik gasten. Het perspectief verschuift en dat zorgt voor een meer gemoedelijke sfeer.”
- een schooldirecteur: “Iedereen heeft de neiging om zijn werk (op school en in het museum) af te bakenen. Zo blijven we bij vertrouwd terrein en dat geeft een houvast. Maar door zoals hier de grenzen te doorbreken maak je jongeren net sterker en creatiever. Hun verbeelding wordt echt geprikkeld.”
- een museummedewerker: “We gaan de leerlingen echt missen. We hadden er alle vertrouwen in en gunden hen dus graag de ruimte.”
Doordat er meer vrije ruimte was, gaf dat ook minder drukte en meer zuurstof. Er moest geen kunst beleefd worden, maar dat mocht wel. En dat stelde zowel leerling als leerkracht gerust. De leerling mocht op verkenning gaan en zo zijn eigen leergierigheid vormgeven. Door net niet expliciet vast te leggen wat ze moesten leren, werd er paradoxaal genoeg dus net wel veel geleerd. Leerkrachten kregen de vrijheid en autonomie om hun expertise zelf vorm te geven. Uiteraard kunnen ze daarin nog wel geïnspireerd worden, zowel door elkaar als door de museummedewerkers. Die kruisbestuiving krijgt hier geleidelijk aan de kans om zich te ontwikkelen, en zo blijft het voor iedereen haalbaar.
Klinkt prachtig, maar hoe realistisch is dit?
Het publiek tijdens deze nocturne was enthousiast nieuwsgierig maar ook kritisch.
- Velen stellen zich vragen bij de haalbaarheid om dit soort experimenten structureel mogelijk te maken. Niet elke school heeft een museum naast de deur en de klassieke lesroosters maken het in de meeste secundaire scholen ook heel moeilijk om op verplaatsing te gaan. Dat vraagt dus om veel goodwill van zowel de school als het museum.
- Een directielid voerde een warm pleidooi om als school dit soort samenwerkingen te faciliteren door vrijheid in te bouwen in een curriculum. Het loont de moeite om te bekijken hoe vakken in langere tijdsblokken kunnen geclusterd worden (zoals al vaak het geval is bij praktijkvakken). Ook moeten scholen hun leerkrachten meer de vrijheid geven om hiermee te experimenteren.
- Verandering moet beginnen in de eigen vertrouwde cirkel, maar uiteraard heeft de maatschappij hierin ook een verantwoordelijkheid. Daar doet de directie een appel aan de educatieve verantwoordelijkheid van iedereen buiten het formele onderwijs zelf. Leerlingen moeten de kans krijgen om relevante opdrachten uit te voeren die een groter doel dienen dan de rode pen van de leerkracht (en de vuilbak nadien). Om dat te realiseren moet de hele maatschappij zich uitnodigender opstellen naar het onderwijs.
- Een andere bedenking was dat deze klasgroepen ook wel voor (geluids)overlast zorgen. Wat dan weer boze reacties zou kunnen opleveren van reguliere bezoekers. Ook daar trok de directie resoluut een andere kaart: “Als je leerlingen maar één keer per jaar op excursie laat gaan, dan willen ze uiteraard kattenkwaad uithalen. Door dit frequenter te organiseren, krijgen ze net leerkansen en worden ze het gewoon.” Bovendien leerde de ervaring uit dit experiment dat leerlingen zich vereerd voelden om hier gastheer te mogen zijn, en dat bracht van zichzelf een ander gedrag met zich mee.
- Op de vraag of die leerkrachten in het museum wel even goed (of beter) hun leerdoelen konden realiseren, reageerde een leerkracht wat laconiek: “Die garantie is er nooit, ook niet binnen de school, want leren is en blijft mensenwerk”. Met dit experiment investeert de leerkracht in een gezonde klascultuur en dat is een belangrijk middel tot efficiëntie. In de ratrace van de dagelijkse schoollessen bereik je misschien wel op korte termijn je doelen, maar op langere termijn implodeert de boel. Zoals vaker lijkt de middenweg ideaal: een school moet aanvoelen wanneer het tijd is om nog eens naar buiten te gaan en zo heb je een mix van schoolse en buitenschoolse leermomenten.
Toekomstplannen
Z33 staat er zeker voor open om verder te gaan in dit experiment. Hoe kunnen ze nog meer scholen bereiken (op een gezonde manier zodat dezelfde energie kan bewaard blijven)? Hoe kunnen ze nog meer halen uit de interactie tussen de klassen en de reguliere bezoekers? En tot slot ook: op welke manieren kan er nog een interessantere interactie zijn met de kunstwerken?
Dat laatste vormde nu niet het uitgangspunt. Leerkrachten mochten, maar moesten niets doen met de actuele kunstvoorwerpen. De opzet met dit eerste experiment was immers vooral om drempels weg te halen. Hedendaagse kunst krijgt al snel de stempels 'hermetisch' en 'highbrow'. Doordat leerlingen er nu herhaaldelijk maar heel informeel mee in contact kwamen, kon hun nieuwsgierigheid spontaan groeien. Leerlingen gaven zelf aan dat ze nu wel sneller geneigd zijn om nog eens binnen te springen in het museum. Het heeft iets vertrouwds gekregen en zo slaagt het museum ook wel in zijn missie.
Onderwijsprofessionals plaatsten het experiment ook in een bredere context. Waarom geen les in een woonzorgcentrum of een wetenschappelijk bedrijf? Zo kunnen leerlingen meer de link met hun richting ervaren en ook ontdekken waar ze in een latere loopbaan misschien terecht komen. Zeker nu er ontelbaar veel studierichtingen en keuzes zijn, kan dit soort ‘out of the box’ onderwijs de jongere wel helpen om zich te oriënteren.

