Erkend door Unesco: marionettentheater in Brussel

Twee poppenspelers in actie in het Brusselse Theater Toone © Koninklijk Theater van Toone

Het Brussels marionettentheater kreeg recent internationale erkenning: de traditie werd ingeschreven op de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid van Unesco, in het kader van de Conventie van 2003. Het dossier werd ingediend door de Brusselse administratie urban.brussels en het Koninklijk Theater van Toone.

Het Brussels marionettentheater kent een lange stedelijke geschiedenis, met wortels in volksvermaak en lokale gemeenschapsvorming. De traditie omvat niet alleen het spel zelf, maar ook de ambachtelijke kennis rond het maken en bespelen van de marionetten, het repertoire, de taal en de sociale context waarin de voorstellingen plaatsvinden. 

Vandaag wordt deze traditie vooral levend gehouden door het Koninklijk Theater van Toone, het enige nog actieve traditionele marionettentheater in de stad. Deze erkenning onderstreept de culturele waarde van het marionettentheater voor Brussel.

Meer informatie over de erkenning is te vinden op de Unesco-website.

Unesco 2003 Conventie: hoe draag je een kandidatuur voor?

  • Lidstaten die de conventie hebben geratificeerd, kunnen erfgoedpraktijken voordragen via nationale of multinationale kandidaturen, telkens voor een van de Unesco-lijsten of -registers.
  • Belangrijke voorwaarde is dat de praktijk eerst erkend moet zijn in het land in kwestie, alvorens die voorgedragen kan worden voor een erkenning door Unesco. Concreet betekent dat dat de praktijk eerst ingeschreven moet zijn op de Inventaris Vlaanderen van het Immaterieel Cultureel Erfgoed of op de Brusselse, Waalse of Duitstalige inventaris.
Nationale kandidaturen

Tot op heden kan elke lidstaat om de twee jaar één nationale kandidatuur indienen. In ons geval dient België de kandidatuur in, maar het zijn de Vlaamse, Franstalige en Duitstalige Gemeenschappen én het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die via een beurtrol een kandidatuur voordragen. Sinds de staatshervorming van 2014 heeft dit gewest een bevoegdheid op het vlak van cultuur. Concreet betekent dat dat elke gemeenschap of regio in principe om de acht jaar aan de beurt komt.

Die beurtrol is echter geen strak keurslijf. Een regio kan beslissen een beurt over te slaan, of meerdere regio’s kunnen samen één kandidatuur indienen. Dat laatste gebeurde bijvoorbeeld bij de biercultuur en de beiaardcultuur, die als gezamenlijke Belgische dossiers werden voorgedragen.

Wanneer het de beurt is aan Vlaanderen, lanceert het bevoegde departement een oproep om kandidaturen in te dienen. De meest recente oproep vond plaats in 2021. Na een selectieprocedure werd de borgingspraktijk van de Geelse Gezinsverpleging gekozen als Vlaamse kandidatuur voor het Register van Goede Borgingspraktijken. Deze kandidatuur werd in 2022 ingediend. Zo'n dossier is best wel wat werk, waarbij erfgoedgemeenschappen kunnen rekenen op de hulp van erfgoedwerkers.

Voor erfgoedorganisaties en -gemeenschappen betekent dit dat een volgende Vlaamse oproep in principe pas rond 2029 te verwachten is, tenzij een andere regio haar beurt overslaat, de krachten worden gebundeld en/of Unesco de indieningsregels aanpast.

Multinationale kandidaturen

Naast nationale dossiers bestaan er ook multinationale kandidaturen, waarbij meerdere landen samenwerken rond gedeeld immaterieel erfgoed. Eén lidstaat treedt op als trekker en dient de kandidatuur in namens alle partnerlanden. Vlaanderen is onder meer betrokken bij dergelijke dossiers rond Valkerij en Jachthoornblazen.

Een belangrijk verschil met nationale kandidaturen is dat Unesco geen beperkingen oplegt op de frequentie waarmee multinationale dossiers kunnen worden ingediend. Een lidstaat kan in hetzelfde jaar dus zowel een nationale als een multinationale kandidatuur ondersteunen.

Wel hanteert Unesco jaarlijks prioriteringsregels, omdat het evaluatieorgaan en het Comité slechts een beperkt aantal dossiers kunnen behandelen. Dat betekent dat een ingediende kandidatuur soms pas later dan voorzien wordt beoordeeld.

In de Belgische context kunnen bij multinationale dossiers meerdere regio’s betrokken zijn, maar dat is geen vereiste: één gemeenschap of regio kan ook zelfstandig deelnemen aan een internationaal partnerschap.


Foto: twee poppenspelers in actie in het Brusselse Theater Toone © Koninklijk Theater van Toone

Elien Doesselaere