Tate deelt collectie genereus en monitort bezoekersaantallen
De Tate-collectie nodigt collectiebeheerders van musea, zowel in als buiten het Verenigd Koninkrijk, uit om werken te ontlenen. Dat kan zowel voor tijdelijke exposities als voor langere periodes binnen de eigen collectiepresentatie. Vanuit deze visie wil Tate erfgoed achter de schermen actiever naar de publieke ruimte brengen. Tegelijkertijd houdt Tate rekening met het aantal bezoekers dat de locatie zelf ontvangt.
'Dé Tate’ – we hebben het over de locaties in het Verenigd Koninkrijk: Tate Britain, Tate Modern, Tate Liverpool, Tate St Ives en het Barbara Hepworth Museum & Sculpture Garden – wil de zichtbaarheid van zijn collecties vergroten. Het bruikleenbeleid richt zich in eerste instantie op musea in het Verenigd Koninkrijk, maar buitenlandse musea komen ook in aanmerking voor tijdelijke tentoonstellingen. Hun visie wordt (samengevat) als volgt verwoord:
“Door onze kunstwerken wereldwijd uit te lenen (…) vergroten we de publieke toegang tot de collectie, dragen we bij aan bijzondere tentoonstellingen en publieksprogramma's, (…) ondersteunen we kunstenaars en bevorderen we een geest van samenwerking en uitwisseling tussen musea en galeries”.
Het Tullie Museum in Carlisle getuigt: “Het waren de genereuze bruiklenen van de bruikleengevers die het verschil maakten.” Hoezo Volgens het Tullie Museum bracht de tentoonstelling niet alleen aanzienlijk meer bezoekers naar het museum, maar stimuleerde het ook herhaalbezoeken.
De cijfers
In het jaarrapport 2024-2025 evalueert Tate de actie. De cijfers stemmen soms tot nadenken en worden in stukjes opgedeeld. Onder de noemer 'Sharing the collection' komen wat meer detail naar voren. Samengevat leende Tate In de periode 2004-2025 zo’n 564 kunstwerken uit aan 78 Britse instellingen. Daarmee werden 2.819.115 bezoekers uit het hele land bereikt. Gegevens van de 66 instellingen die hun bezoekersaantallen voor deze tentoonstellingen en presentaties deelden, tonen aan dat Tate via zijn regionale bruiklenen in het Verenigd Koninkrijk meer mensen bereikte dan het Rijksmuseum vorig jaar, en bijna evenveel bezoekers als het MOMA in 2024.
Een platte kunstgreep om de cijfers aan te dikken en te laten 'blinken'? Wij denken alvast van niet. De 2,8 miljoen bezoekers zijn netjes buiten de cijfers van het jaarrapport gehouden, maar worden wel helder afgezet tegen het totale aantal bezoekers van de Tate-groep: circa 7,6 miljoen. Net zoals de 22.150.000 websitebezoekers (ongeveer 35 miljoen in totaal, inclusief social media).
Meer weten?
Op deze webpagina vind je een overzicht van de Tate-collectiewerking. Halverwege de pagina komt het bruikleenbeleid aan bod, met links naar PDF-documenten over het collectiebeleid, de bruikleenprocedure en de vereisten voor ontlening.
Het jaarrapport 2024-2025 is een interessant en leesbaar document van slechts 29 rijk geïllustreerde pagina’s (het rapport behandelt het financiële jaar 2024-2025). Hier kan je het raadplegen. Het jaarrapport 2024-2025 van Tullie Museum Carlisle vind je hier.
Foto: Tate Britain, Londen. DiscoA340 via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

