Erfgoedonderzoek in stroomversnelling

Publicatie 'Erfgoedonderzoek in stroomversnelling'

Erfgoedonderzoek, of onderzoek in de context van erfgoedwerk, staat meer dan ooit in de belangstelling. Dat geldt niet alleen bij ons, maar ook internationaal. Zo verscheen bij onze noorderburen onlangs de zeer lezenswaardige publicatie Erfgoedonderzoek in stroomversnelling. Hieronder geven we de belangrijkste inzichten weer.

De publicatie is een initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), werd geschreven door de Nationale Onderzoeksraad Erfgoed en wordt gepresenteerd als de eerste nationale onderzoeksagenda rond erfgoedonderzoek in Nederland. Met deze agenda willen de auteurs het erfgoedonderzoek aanjagen en thematisch richting geven. De tijdsfocus is 2026-2030, waarbij het de bedoeling is om de agenda om de vier jaar te herwerken naargelang de noodzaak en behoefte.

Waarom een nationale onderzoeksagenda?

De auteurs vertrekken vanuit de vaststelling dat er vandaag al veel kwalitatief en zinvol erfgoedonderzoek gebeurt, maar dat er toch nood is aan meer coördinatie en focus.

Enerzijds er de vaststelling dat het begrip erfgoed, met al zijn afgeleiden (roerend, onroerend, immaterieel, maritiem …) bij weinig mensen resoneert, ook al zijn ze er zelf op een of andere manier bij betrokken. Laat staan dat ze zich iets kunnen voorstellen bij erfgoedonderzoek, of dat ze beseffen dat erfgoed en onderzoek daarover over henzelf en hun leven zou kunnen gaan.  

Anderzijds wijzen de auteurs op een sterk veranderende context die ervoor zorgt dat we meer moeten nadenken over hetgeen waarop we ons als erfgoedonderzoekers willen focussen. Ze benoemen vier factoren:​

1/ De verschuivingen in de wereld

De (relatief) stabiele wereldorde gaat steeds meer schuiven. Het vooruitgangsoptimisme kreeg een flinke knauw door allerlei (geo)politieke, economische, demografische en technologische ontwikkelingen. De gevolgen van de klimaat- en diversiteitscrisis worden steeds zichtbaarder. Ook in Nederland komt de democratie onder druk te staan en neemt de polarisatie in de samenleving toe. Ook erfgoed wordt in deze context gebruikt én misbruikt.

2/ De veranderende visie op erfgoed

Waar erfgoedwerk en erfgoedonderzoek lange tijd uitgingen van een eerder statische visie – met een grote nadruk op een goed behoud en beheer van erfgoed – staat vandaag een meer dynamisch erfgoedbegrip centraal. En daarin is ook plaats voor (veranderende) processen van betekenisgeving, meerstemmigheid en aandacht voor immaterieel erfgoed. Dat heeft impact op het erfgoed zelf, op het erfgoedwerk en op het onderzoek.

3/ Financiering onder druk

Net zoals in ons land wordt er in Nederland stevig bezuinigd. Dat zet de budgetten voor erfgoed, erfgoedwerk en erfgoedonderzoek onder druk.

4/ Nood aan internationalisering

Om toonaangevend te zijn en te blijven op het vlak van erfgoedonderzoek, moet Nederland over de grenzen heen kijken en inzetten op internationale samenwerking. Zeker in de context van de zonet beschreven veranderingen, die niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten spelen.

Centrale onderzoeksvraag en ambitie

De kernboodschap van Erfgoedonderzoek in stroomversnelling is dat erfgoedonderzoek moet bijdragen aan de verduurzaming en democratisering van de erfgoedzorg, en impact moet hebben op maatschappelijke en ecologische vraagstukken. De centrale vraag luidt:

“Wat zijn de belangrijkste en urgentste thema’s waarop erfgoedonderzoek in zowel Europees als Caribisch Nederland zich de komende jaren (2026-2030) moet richten?”

In een tijd waarin de rol van kennis in de samenleving onder druk staat, pleiten de auteurs voor solide wetenschappelijk onderzoek in dialoog met andere vormen van kennis. De agenda focust primair op domeinen waar innovatie en verandering op dit moment het meest nodig zijn, geredeneerd vanuit maatschappelijke vraagstukken. Andere, meer klassieke vormen van erfgoedonderzoek komen minder aan bod, maar worden daarom niet als onbelangrijk of irrelevant beschouwd.

Daarnaast willen de auteurs de kloof tussen erfgoedveld en erfgoedonderzoek overbruggen, net als die tussen samenleving en erfgoedveld. De insteek hierbij is:

  • Hoe kunnen de onder­zoeksresultaten beter worden benut in de praktijk?
  • En omgekeerd: hoe kunnen vragen uit de praktijk leiden tot relevanter onderzoek?      

De agenda bestaat uit twee onderdelen:

  • een programmatische agenda met zeven kernthema’s,
  • een aanzet tot een uitvoeringsagenda.

Daarnaast formuleren de auteurs vijf uitgangspunten voor erfgoedonderzoek.

Vijf uitgangspunten voor erfgoedonderzoek

  • Onderzoek richt zich op het dynamische proces
    Erfgoed staat niet vast. Veranderingsprocessen en het dynamische karakter van erfgoed vormen een essentieel onderzoeksobject.
     
  • Onderzoek kijkt naar de historische, sociale, religieuze en ruimtelijk-geografische context
    Erfgoed staat nooit op zichzelf, maar is altijd contextueel ingebed. Erfgoedonderzoek wint aan kracht wanneer het oog heeft voor die context.
     
  • Onderzoek betrekt materiële en immateriële aspecten
    Een integrale onderzoeksbenadering heeft oog voor de samenhang tussen plaatsen, objecten, actoren, praktijken, emoties en processen van betekenisgeving.
     
  • Onderzoek heeft oog voor alle perspectieven
    Erfgoed is per definitie meerstemmig. Het kan ook schuren en spanning veroorzaken. Erfgoedonderzoek belicht waar mogelijk die verschillende perspectieven.
     
  • Onderzoek bevraagt vaste relaties, kaders en begrippen
    Door het dynamische, contextgebonden en meerstemmige karakter van erfgoed – waarbij zowel materiële als immateriële zaken spelen – is het kritisch bevragen van vaste relaties, kaders en begrippen cruciaal in elke vorm van erfgoedonderzoek.

Zeven hoofdstromen of kernthema’s voor erfgoedonderzoek

Het grootste deel van de onderzoeksagenda is gewijd aan zeven kernthema’s die de Nationale Onderzoeksraad Erfgoed als prioritair beschouwt. 

  • Klimaatverandering: hoe kan erfgoed klimaatbestendig worden en welke rol kan het spelen in een klimaatveerkrachtige toekomst?
  • Digitale (r)evolutie: hoe kan digitalisering erfgoedbeheer democratiseren, contextuele diepte bieden en dynamische, interactieve ervaringen mogelijk maken?
  • Meerstemmigheid: hoe kan erfgoed bijdragen aan en een afspiegeling vormen van de meerstemmige samenleving?
  • Erfgoed in conflict: hoe kunnen erfgoedinstellingen, overheden, erfgoedgemeenschappen en burgers omgaan met omstreden erfgoed?
  • Verval en verlies: hoe kunnen samenleving en erfgoedsector zorgvuldig omgaan met verval en verlies van erfgoed?
  • Thuisloos erfgoed: hoe kan thuisloos erfgoed worden herkend, erkend en onderzocht?
  • Veerkrachtig erfgoedstelsel: hoe kan een veerkrachtig erfgoedstelsel worden ingericht dat bijdraagt aan de maatschappelijke en ecologische uitdagingen van de toekomst?

Telkens gaan de auteurs dieper in op waarom ze het thema in kwestie zo belangrijk vinden, wat de centrale onderzoeksvraag is, welke mogelijke onderzoeksvragen of -insteken ze zien en wat de impact van dit onderzoek zou kunnen zijn. 

De zeven thema’s en onderzoeksvragen zijn ook voor Vlaanderen bijzonder relevant. Dat maakt het rapport vanuit Vlaams perspectief extra lezenswaardig, vooral ook omdat de auteurs aan de programmatische agenda (de zeven thema’s) ook nog een uitvoeringsagenda koppelen. Daarin geven ze aanzetten om de onderzoeksinspanningen rond deze thema’s te versnellen. Ook hierdoor kunnen we ons in Vlaanderen laten inspireren.

Vier doelen voor het hele veld

De grootste uitdaging volgens de Nationale Onderzoeksraad Erfgoed is de versnippering van het onderzoeksveld, dat zij omschrijven als een 'eilandenarchipel'. Tussen sommige eilanden bestaan connecties, tussen andere helemaal niet. De auteurs pleiten dan ook voor meer transdisciplinair of ketenbreed onderzoek. Om dat te realiseren formuleren ze vier doelen:

Doel 1: Samenwerking binnen de kennisketen stimuleren
  • Onderzoek dient te gebeuren in nauwe samenwerking met erfgoedprofessionals en -gemeenschappen.
  • Er is nood aan meer dialoog met andere disciplines en sectoren.
  • Het belang van een gelijkwaardig speelveld inzake financiering moet erkend worden.
  • Er is nood aan strategieën op lange termijn rond digitale datasets en AI.
Doel 2: Democratisering van erfgoed in de praktijk brengen
  • Er moet meer ingezet worden op participatie. Die moet ook kritisch bevraagd worden.
  • Er moet ingezet worden op de verdere dekolonisatie van de erfgoedsector.
  • Er is nood aan meer sociale en bestuurlijke sensitiviteit van erfgoedexperts.
  • Conflicten rond erfgoed moeten aangegrepen worden als een kans.
Doel 3: Erfgoedonderzoek in lerende netwerken organiseren
  • Er is nood aan meer rolverdeling en coördinatie inzake erfgoedonderzoek. Wie focust waarop? Is een nationale onderzoeksschool erfgoed een idee?
  • De kennisagenda moet als impuls of startpunt genomen worden voor meer samenwerking over disciplines heen.
  • Teamwork moet beloond worden (ook financieel).
  • Er is nood aan een kwalitatieve en toegankelijke data- en kennisinfrastructuur.
  • Er moet meer ingezet worden op internationale samenwerking.
Doel 4: Een regierol voor de Nationale Onderzoeksraad Erfgoed
  • Er is nood aan een centraal aanspreekpunt voor erfgoedonderzoek in Nederland.

Conclusie

Met Erfgoedonderzoek in stroomversnelling publiceerde de Nationale Onderzoekraad Erfgoed een boeiende en vlot leesbare tekst. De agenda doet een appel naar de brede Nederlandse onderzoekswereld, maar is evengoed relevant voor het erfgoedveld en de overheid.

Een Vlaamse equivalent van een nationale onderzoeksagenda voor erfgoedonderzoek laat voorlopig nog op zich wachten. Intussen kunnen Vlaamse academici, erfgoedwerkers en beleidsmensen in de Nederlandse publicatie heel wat inspiratie vinden.

Alexander Vander Stichele